Pedagogiek
in praktijk

Wordt 2010 het jaar van de waarheid?

Auteur: Bas Levering
Wordt 2010 pedagogisch gezien het jaar van de waarheid? Er worden dit jaar zoveel politieke plannen op pedagogisch gebied tegen het licht gehouden dat aan deze misschien wat opgeklopte kwalificatie toch een zekere aanspraak op geldigheid mag worden toegeschreven.

Op 3 maart worden de nieuwe gemeenteraden gekozen. Vooral in de vier grote steden is de laatste vier jaar voor een stevige aanpak gekozen. Die stevige aanpak werd gedragen door wethouders van verschillende politieke origine. Lodewijck Asscher in Amsterdam (PvdA), Rinda den Besten in Utrecht (ook PvdA), Sander Dekker in Den Haag (VVD), Leonard Geluk (CDA) en Jantiene Kriens( PvdA) Rotterdam. De inmiddels, om niets met de inhoud van zijn beleid van doen hebbende politieke redenen, afgetreden Leonard Geluk zette de toon. Ook nadat hem van vele kanten was gewezen op onjuiste suggestie die uitging van zijn uitspraak ‘dat in Rotterdam wel 6000 Maasmeisjes wonen’ ging hij onverstoord door met het benadrukken van de rol van de overheid als reddende engel. Het Rotterdamse Gemeentebestuur  was en is er trots op dat het voortdurend de grenzen van zijn bevoegdheden opzoekt met zijn aanpak ‘achter de voordeur’.
            Inmiddels was in een tweetal universitaire onderzoeken duidelijk geworden dat de omvang van kindermishandeling in Nederland twee tot drie keer zo hoog lag als tot dan toe was aangenomen. De Rotterdams wethouder Kriens kwam in conflict met de algemeen directeur van de GGD-Rijnmond Jos Lamé over de invoering van de code kindermishandeling en huiselijk geweld. De overheid wil drama´s in de toekomst voorkomen door professionals meer en meer aan codes en richtlijnen te binden. Er zijn wat dat betreft ook andere bewegingen. De NVO (Nederlandse Vereniging voor Pedagogen en Onderwijskundigen) besloot eind 2008 in de herziening van haar Beroepscode juist om een groter accent bij de verantwoordelijkheid van de professional te leggen.
            Of de Nederlandse kiezer de stevige aanpak op prijs stelt zal dus spoedig blijken. Het zal in de verkiezingen hoogstwaarschijnlijk geen thema zijn, doorvoor is de consensus tussen de partijen te groot. Ook als in Rotterdam en Utrecht de Leefbaarpartijen het roer weer zouden overnemen en in Den Haag de PVV een belangrijke stem in het kapittel krijgt, is er op het gebied van Jeugd en Gezin geen grote beleidswijziging te verwachten. Het zijn juist die partijen die voor een stevige aanpak staan en die - al dan niet direct betrokken bij het beleid - voor de wending in de afgelopen periode verantwoordelijk kunnen worden gehouden.
Het vierde kabinet Balkenende met zijn eerste minister voor Jeugd en Gezin wordt pas bij de Tweede Kamer verkiezingen van volgend jaar echt geëvalueerd. Ook dan zal het beleid op het terrein van Jeugd en Gezin niet het beleid zijn waar het in de verkiezingsstrijd om zal gaan. Ook minister Rouvoet had grote ambities. In die zin sloot hij naadloos aan bij wat er door de wethouders in de grote steden al op gang was gekomen. Met zijn eerste nota ‘Alle kansen voor alle kinderen’ was het idee van maakbaarheid in het landelijk overheidsbeleid ook helemaal terug en die is niet verdwenen. De inrichting van Centra voor Jeugd en Gezin op gemeentelijk niveau, voor laagdrempelige opvoedingshulp op vrijwillige basis, kreeg veel steun. Maar het was overduidelijk dat het aanbod aan de overgrote meerderheid van de gezinnen, waarin het eigenlijk gewoon heel goed gaat, toch verbonden bleef met die voorgestane aanpak van de grote problemen in die kleine minderheid van gezinnen. Zo riep wethouder Luuring van Ouderwater eind 2008 bij de start van “zijn” Centrum voor Jeugd en Gezin (dat natuurlijk niet meer dan een loket was):  ‘Er mogen nooit meer zulke schrijnende gevallen zijn als het Maasmeisje en het meisje van Nulde.
Minister Rouvoet heeft lang volgehouden geen stelselwijziging in de Jeugdzorg na te streven, al is hij een paar maanden geleden in toespraak aan de Vrije Universiteit en stuk opener geweest over het feit dat hij er maar geen greep op krijgt. Hoelang kan een bewindspersoon zich blijven verdedigen door te zeggen dat er nog van alles en nog wat mis is met de organisatie en dat er van alles en nog wat langs elkaar heen werkt. De inhoud van de kritiek van de Nationale Ombudsman wordt er niet minder juist van als het kabinet hem probeert de mond te snoeren. Rouvoet heeft echt heel veel krediet, want alleen als hij zichzelf aan zijn beloften over het wegwerken van de wachtlijsten in de jeugdzorg zou hebben gehouden, was hij al weggeweest.
2010 zal pedagogisch gezien niet het jaar van de waarheid worden, al was het maar omdat bij de komende gemeenteraadsverkiezingen het beleid op het terrein van Jeugd en Gezin geen bepalende rol zal spelen. Maar dat betekent dat we nu al weten hoe het gemeentelijk beleid er na 3 maart zal uitzien. Alleen te verwachte bezuinigingen op landelijk niveau, die gegarandeerd gemeentelijk repercussies zullen krijgen, kunnen daar nog iets aan veranderen. Maar daarop zaten ook de critici van het overheidsbeleid niet te wachten


Naar homepage