Pedagogiek
in praktijk

Voor het eerst naar school

Het is een bekende verzuchting: konden we maar net zo zorgeloos door het leven gaan als een kleuter. Toch kent ook een klein kind al stressmomenten, bijvoorbeeld als het voor het eerst naar school gaat. Het is van belang om deze overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen, stelt Raphaela Carrière in haar promotieonderzoek vast. Negatieve ervaringen hiermee kunnen namelijk leiden tot problemen met overgangssituaties later in het leven.


Simpele maatregelen kunnen volgens Carrière deze veranderingen versoepelen: een kind kennis laten maken met de klasgenoten en de leerkracht, brengt een kind in de gelegenheid vertrouwde relaties op te bouwen. Zorg ook dat veilige relaties behouden worden door bijvoorbeeld vriendjes en bekenden bij elkaar in dezelfde klas te plaatsen. Door het kind uitleg te geven over de gang van zaken, de regels en de dagindeling kan de voorspelbaarheid worden verhoogd. Omdat dit niet op de eerste schooldag al meteen duidelijk is voor het kind, is het volgens Carrière van belang dat het geleidelijk kan wennen aan de nieuwe situatie, bij voorkeur met één van de ouders in de klas. Idealiter blijven de ouders als bron van veiligheid erbij tot dat het kind zelf aangeeft zich prettig te voelen.

Normaal gesproken past het kind zich snel en goed aan de nieuwe situatie aan. Maar het is wel belangrijk om kinderen in zo’n overgangsfase goed in de gaten te houden, meent Carrière. Negatieve ervaringen in belangrijke periodes als deze kunnen – als ze niet op tijd worden onderkend – leiden tot een onprettige associatie met overgangssituaties in het latere leven. Het kan de manier beïnvloeden waarop het kind in de toekomst reageert op stress, omgaat met verandering en de mate waarin uitdagingen worden opgezocht of juist vermeden.

Om goede richtlijnen en beleid te ontwikkelen voor de eerste schoolperiode moet je niet alleen weten hoe het met het kind gaat in die periode, maar ook wat voor dat kind ‘normaal’ is. Carrière: ‘Leerkrachten moeten daarom nauwer samenwerken met ouders. Op deze manier kunnen ze een goed beeld krijgen van hoe het kind zich ontwikkelt, wat het kind nodig heeft en vooral ook opsporen wanneer kinderen extra kwetsbaar zijn. Daarmee verhoog je de effectiviteit van het leerproces en faciliteer je passend onderwijs.’

Bron: Rijksuniversiteit Groningen



Naar homepage