Kathleen Beullens ondervroeg bijna 2200 jongeren uit het vijfde en zesde jaar van het middelbaar onderwijs in Vlaanderen. De leerlingen beantwoordden vragen over de mate waarin ze videospelletjes spelen als Gran Turismo, Ridge Racer, MotoGP, Driver, Carmageddon, Burnout en Need for Speed. Het gaat om racespelletjes en zogenaamde drive’em up games, met snelle achtervolgingen en doelbewuste aanrijdingen. Daarnaast beantwoordden de leerlingen vragen over hun rijgedrag, over sensatiedrang en agressie.Race- en drive’em up-spelletjes blijken heel populair: ruim 40 procent speelt ze meerdere keren per maand. Deze groep scoort hoger dan gemiddeld op vragen rond sensatiedrang en agressie. Wie geregeld dat soort spelletjes speelt, staat positiever tegenover snel en roekeloos rijden om autorijden leuker te maken. En wie die positieve houding aanneemt, heeft vaak ook het voornemen om zelf zo te gaan rijden.
Er lijkt dus een verband te bestaan tussen het spelen van race- en drive’m up-spelletjes en het voornemen om roekeloos te gaan rijden in het echte verkeer. Beullens wijst er wel op dat het om een indicatie gaat. Deze studie bewijst niet dat dergelijke spelletjes een werkelijke oorzaak zijn van gevaarlijk rijgedrag.
Bron: Katholieke Universiteit Leuven









