Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Ook zijn de meisjes jonger dan jongens als zij delicten plegen en als zij in contact komen met justitiële autoriteiten.
Unieke risicofactoren meisjescriminaliteit
Een groot aantal risicofactoren voor delinquentie bij meisjes hangt samen met de risicofactoren van jongens. Een riskante leeftijd, opvoedingsproblemen, delinquente vrienden of weinig binding met school zijn enkele gezamenlijke risicofactoren. Uit het onderzoek blijkt dat een aantal factoren echter wel voor meisjes van belang is en niet of in veel mindere mate voor jongens. Psychische klachten, vroege rijping, problemen in de relatie met moeder, de mate van delinquentie van vrienden en de relatie met de leerkracht zijn unieke factoren voor meisjes.
Belangrijke opvoedingsrol voor moeder
De onderzoekers ontdekten dat de opvoeding door vader een andere rol lijkt te spelen dan de opvoeding door moeder. In de opvoedingssituatie door moeder is duidelijk onderscheid tussen licht en ernstig delinquente meisjes, in tegenstelling tot de opvoedingssituatie door vader. Een risicovolle opvoeding door moeder kan dus zeer belangrijk zijn in het ontwikkelen van ernstig delinquent gedrag van meisjes, aldus het onderzoeksteam.
Seksespecifieke interventies
In Nederlandse interventies voor jeugddelinquentie blijken gedragsproblemen, riskante leefstijl, een risicovolle opvoedingssituatie en school redelijk veel aandacht te krijgen. Een aantal voor meisjes belangrijke factoren wordt echter over het hoofd gezien, concluderen de onderzoekers. Dit in tegenstelling tot het buitenland waar succesvolle specifieke interventies voor meisjescriminaliteit bestaan. De Nederlandse interventies hebben weinig tot geen aandacht voor de domeinen mentale gezondheid (angst, depressief gedrag en suïcidaliteit), traumatische gebeurtenissen en seksueel gedrag.
Vernieuwing interventies
Uit het onderzoek blijkt dat de buitenlandse seksespecifieke interventies effectief zijn in het verminderen van recidive bij meisjes die interventies krijgen die zich onder andere richten op relationele vaardigheden. Het onderzoek lijkt, volgens de onderzoekers, voldoende aanwijzingen te geven om extra modules in te zetten op in ieder geval het gebied van mentale gezondheid, traumatische ervaringen en relaties met thuis en school en seksualiteit. Geheel nieuwe interventies lijken niet direct noodzakelijk, stellen de onderzoekers. Het onderzoeksteam adviseert meer aandacht voor specifieke problemen van meisjes binnen de bestaande interventies of met aangepaste modules.
Bron: Vrije Universiteit, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, eindrapport: Delinquente meisjes - achtergronden, risicofactoren en interventies.









