Pedagogiek
in praktijk

Veel onvrede bij moslimjongeren

Twee procent van de Amsterdamse moslims, bijna vijftienhonderd gelovigen, staan op het punt de Nederlandse samenleving af te wijzen als de hunne. Hoeveel er overgaan tot gewelddadig extremisme is niet te voorspellen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam, in opdracht van de gemeente.


Onderzoekers Jean Tillie en Marieke Slootman deden onderzoek onder meer dan driehonderd moslims, onder wie twaalf jonge moslims die het radicaliseringsproces hebben doorlopen. Het onderzoek richtte zich op moslims die een verhoogde kans hebben om te radicaliseren omdat zij er enerzijds een orthodoxe geloofsinvulling op nahouden, en anderzijds een sterk politiek wantrouwen koesteren. Volgens Tillie zijn twee elementen nodig om moslims het radicale pad op te krijgen: een zeer orthodoxe geloofsopvatting en het politieke idee dat er nodig wat gedaan moet worden aan de 'negatieve' manier waarop Nederland omgaat met de islam. Alleen als beide elementen samen optreden, ontstaat gevoeligheid voor radicalisme. Zo'n 2 procent van de Amsterdamse moslimgemeenschap voldoet aan deze kenmerken, voornamelijk jongeren tussen 16 en 18 jaar met een middelbare opleiding. 'Maar daadwerkelijke radicalisering is een onvoorspelbaar proces, waarbij de omgeving en persoonlijke kenmerken een rol spelen. Het aantal radicalen dat overstapt op extremistisch geweld is al helemaal niet te achterhalen,' aldus Tillie. Om radicalisering te voorkomen moet volgens de IMES-onderzoekers het maatschappelijke en politieke vertrouwen onder moslims vergroot worden, bijvoorbeeld door discriminatie en een negatieve bejegening van de islam tegen te gaan en door een versterking van het maatschappelijk middenveld. Ook het sociaal isolement van veel moslims moet doorbroken worden. Daarbij zien Tillie en Slootman een belangrijke rol weggelegd voor moskeebesturen en allochtone organisaties. Radicaliserende jongeren zouden niet buitengesloten moeten worden, maar juist actief moeten worden ondersteund om verdere radicalisering tegen te gaan. Ook pleiten de onderzoekers voor een meer ontspannen omgang met orthodoxie in Nederland en is het belangrijk dat de diversiteit in de islam beter belicht wordt.

Bron: IMES



Naar homepage