Veel ouders vinden het moeilijk om goed contact met hun tiener te blijven houden. Nogal wat kinderen die zo rond een jaar of tien / elf huiselijk en behulpzaam waren ontpoppen zich binnen een paar jaar tot tieners die voortdurend op stap zijn en thuis geen hand meer wensen uit te steken. Tieners kunnen hun ouders tot wanhoop brengen. Normen die je ze als kind zonder tegenwerpingen kon opleggen ontlokken nu de meest felle protesten. Gezinsleden lijden soms onder het tegendraadse gedrag. In dit artikel bekijkt Torn Kroon het doen en laten van tieners vanuit een moreel-ontwikkelingspsychologische invalshoek. Vanuit dit gezichtspunt is aannemelijk te maken dat veel van wat tieners doen noodzakelijk is om tot een eigen moreel besef te komen. Tot slot van het artikel geeft hij enkele opvoedingsadviezen.
Moraal is ingebed in het leven van alledag en heeft als doel de bevordering van het menselijk welzijn. Waarden en normen geven als bestanddelen van moraal vorm en richting aan ons leven en samenleven. Geen wonder dan ook dat van oudsher is nagedacht over de inhoud van onze waarden en normen en ook over de vraag hoe ze ooit ons eigendom zijn geworden. Moet de oorsprong worden gezocht in goddelijke openbaring, de evolutie van de mens of zijn ze het resultaat van economische of misschien zelfs klimatologische omstandigheden? Wat het antwoord op deze vraag ook is we zijn ervan overtuigd dat voor het menselijk welzijn het kennen van waarden en normen alleen niet genoeg is. Om een samenleving in stand te houden dienen ze te worden beleefd en eedaan.
Waarden en normen
Morele waarden zijn nastrevenswaardige
kwaliteiten die aan personen,
dingen of standen van zaken
wordt toegekend. Nastrevenswaard
omdat zulke kwaliteiten worden
gezien als het leven in morele zin
ten goede komend. Rechtvaardigheid
is bijvoorbeeld een morele
waarde.
Binnen het geheel van waarden kun
je categorieën onderscheiden, van
fundamenteel - abstract naar meer
praktisch - concreet. Tot de laatste
categorie behoren waarden als
beleefdheid, eerlijkheid, netheid,
naastenliefde. Praktische waarden
worden ook wel deugden genoemd
omdat mensen die ze tonen daarmee
overeenkomende eigenschappen
lijken te hebben. Zo zeggen we
bijvoorbeeld 'Dat is een eerlijk
mens.'
Normen zijn richtlijnen of voorschriften
die aangeven hoe waarden
in het leven verwerkelijkt worden.
Ze zetten waarden in handelingen
om. Zo wordt de waarde eerlijkheid
zichtbaar wanneer je je houdt aan
het spreken van de waarheid. Normen
schrijven dus handelingen
voor, handelingen die waarden proberen
te verwerkelijken. Van de
waarden achter onze normen zijn
we ons niet altijd bewust.
Kinderen waarden en normen onderwijzen
Hoe brengen ouders hun kinderen
waarden en normen bij? Daarbij
putten ze natuurlijk vooral uit eigen
ervaringen. Ervaring heeft hun
namelijk bijgebracht welke waarden
en normen van belang zijn. Dat is
hun door hun ouders toen zij jong
waren bijgebracht. Traditie speelt
dus bij het overbrengen van moraal
op de volgende generatie een
belangrijke rol. Verder dragen
ouders moraal niet op hun kinderen
over door van waarden en normen
alleen maar te vertellen. Dat
zou te vergelijken zijn met het uitreiken
van een rijbewijs aan mensen
die de verkeersregels paraat
hebben en weten wat de onderdelen
van een auto zijn. Nee, ouders
leren aan hun kinderen eerst en
vooral praktische waarden. En dat
doen zij door hun de normen die
die waarden gestalte geven al doende
bij te brengen en erop te staan
dat hun kinderen handelen conform
datgene wat hun wordt bijgebracht.
Normen moeten namelijk
gewoonten worden. Doorgaans is
moraal namelijk niet iets van hogere
sferen, maar een vertrouwd
aspect van de werkelijkheid.
De noodzaak voor moreel beraad
Zijn goede gewoonten echter voldoende
om heden ten dage een
moreel leven te leiden? Nee, want
in een tijd van ingrijpende veranderingen
is het leren van goede
gewoonten als kuisheid, gehoorzaamheid
en onzelfzuchtigheid niet
genoeg. We zouden in de traditie
blijven steken en geen antwoord
weten op moderne vragen, zoals
die rond levensbeëindiging, gentechnologie
en het samenleven met
mensen van andere culturen.
Moreel beraad is daarom in
onze tijd nodig. Afstand kunnen
nemen van door de traditie
geijkte goede gewoonten
en nagaan of ze heden ten
dage nog een antwoord
geven op de vragen en problemen
van deze tijd. Dat
betekent dus nieuwe manieren
van doen uitproberen,
kijken wat het effect is en nagaan of
dat mogelijk leidt tot andere en
betere, dus meer op de eisen van de
tijd aangepaste normen. En ook
nagaan of dat consequenties heeft
voor waarden waarnaar die normen
verwijzen. Uitproberen dus, echter
niet voor de vuist weg en ook niet
experimenteren met alle goede
gewoonten. Er zijn er namelijk ook,
zoals de waarheid spreken en je
beloften houden, die hun rechtvaardiging
vinden in hun betekenis
voor het menselijk welzijn in het
algemeen. Dit betekent dus dat
onze kinderen naast het leren van
goede gewoonten ook moeten
leren onderscheiden en argumenteren
en dat opvoeders er verstandig
aan doen hun enige ruimte te laten
om andere manieren van doen uit
te proberen. Dat kan vanzelfsprekend
leiden tot het afzweren van
goede gewoonten die in de ogen
van onze kinderen niet meer blijken
te voldoen.
Morele stadia
Psychologen, pedagogen en ethici
ontdekten dat er naast een motorische,
emotionele en cognitieve ontwikkeling
bij kinderen ook sprake
is van morele ontwikkeling. Na
langdurig onderzoek stelde ontwikkelingspsycholoog
Lawrence Kohlberg
dat kinderen al opgroeiend op
moreel terrein anders gaan denken.
Hij kwam tot het inzicht dat het
moreel redeneren zich kan ontwikkelen
door drie niveaus heen. Een
voorbeeld van het eerste niveau is:
'Ik mag niet stelen omdat ik anders
straf krijg.' Deze moraal trof hij
aan, overigens niet uitsluitend, bij
kinderen in de leeftijd van zo'n drie
tot tien a elf jaar. Daarna kan de
ontwikkeling doorgaan naar een
volgend niveau. Daarvan is een
voorbeeld: 'Ik steel niet. Stel je
voor dat iedereen dat zou doen?'
Via dit niveau kan de ontwikkeling
naar het laatste niveau worden
ingezet. Een voorbeeld hiervan is:
'In dit uitzonderlijke geval mag je
stelen omdat het recht op leven
hoger staat dan de waarde eerlijkheid.'
Ik gebruik hier niet zo maar het
hulpwerkwoord kunnen. Daarmee
wordt een mogelijkheid uitgedrukt.
Kohlberg constateerde immers ook
dat een klein deel van de kinderen
niet verder komt dan het eerste
niveau en ook dat maar een zeer
klein deel als volwassene de mogelijkheid
verwerft om niveau drie
te bereiken. Bovendien lopen de
niveaus door elkaar heen.
De ontwikkeling die hij beschreef
kan als volgt worden samengevat.
Door jonge kinderen wordt absoluut
gezag toegekend aan ouders
en leerkrachten, zij straffen en
belonen en maken het verschil uit
tussen goed en kwaad. Kinderen
aan het einde van de basisschool
beginnen het gezag van deze nabije
opvoeders te relativeren en krijgen
zicht op de waarden en normen die
aan het samenleven buiten gezin
en school om vorm geven. Dat is
dan ook de reden dat kinderen op
deze leeftijd zich beginnen af te
vragen of de gedragsregels die zij
van huis uit hebben geleerd wel
voldoen en echt de hunne kunnen
worden. Staat goed en kwaad en
dat wat behoort in verhouding met
de opvattingen hieromtrent in de
brede samenleving? De eerste en
meest nabije vorm van die samenleving
is de vriendenkring.
Tieners en hun vrienden
Aan het einde van de basisschool
beginnen kinderen er dus mee om
hun handelen te toetsen aan de
opvattingen van hun vrienden en
vriendinnen en anderen tot wie zij
zich aangetrokken voelen, bijvoorbeeld
popsterren of sporthelden.
De normen van mensen die zij
bewonderen en van de groep waartoe
ze zich aangetrokken voelen
krijgen zeggingskracht.
Dit leidt ertoe dat de goede
gewoonten die de tiener van huis
uit heeft meegekregen worden
bevraagd. Deze hoeven namelijk
niet overeen te komen met die in
de vriendenkring of kunnen de oriëntatie
op de brede samenleving in
de weg staan. Tieners gaan zich dus
afvragen: 'Waarom moet ik dit nu
eigenlijk zus en zo doen, zoals ik
het thuis heb geleerd?' Het gezag
van de ouders en van de leerkrachten,
bij jonge kinderen het leidend
beginsel, komt hierdoor onder druk
te staan. Aan de ouders worden
vragen gesteld in de trant van: 'Is
het nou nodig om zus en zo te doen
en zo ja waarom?' Ouders worden
als het ware uitgedaagd om hun
geboden en verboden, gewoonten
en regels toe te lichten en van
goede argumenten te voorzien.
Die waaróm-vraag verwijst naar
twee dieper liggende vragen. De
eerste is: 'Welke redenen zijn er om
de normen en waarden die ik heb
geleerd en die ik tot dusverre zonder
meer accepteerde, te beamen?'
De tweede luidt: 'Is de traditie
waarbinnen ik ben opgegroeid
houdbaar en biedt zij een antwoord
op de moderne leefomstandigheden?'
Dit afstand nemen van thuis
en de behoefte aan experiment die
dit impliceert, is ontwikkelingspsychologisch
gezien een noodzakelijke
opmaat om te komen tot een
verinnerlijkt en eigen moreel besef
dat uitstijgt boven de kringetjes
van gezin en school en verwijst
naar de samenleving waarvan de
tiener als volwassenen later deel
van zal uitmaken en waarvoor hij
straks met anderen verantwoordelijkheid
te dragen krijgt.
De omgang met tieners
Ik beweer dus dat om een volwassene
te worden die deel uitmaakt
van een samenleving in ontwikkeling
en die voor zijn of haar handelen
verantwoordelijk kan worden
gesteld het noodzakelijk is dat een
tiener gaat wikken en wegen en
nagaat wat wel en wat niet mogelijk
is.
Dit wikken en wegen kan zich
uiten in eindeloos praten. In de
eerste plaats natuurlijk met vrienden
en vriendinnen, maar ook met
de ouders. Ouders en tiener wonen
immers onder hetzelfde dak en de
opvattingen die de tiener bevraagt
zijn de opvattingen die hij of zij van
de ouders meegekregen heeft.
In de tweede plaats volgt hieruit
dat experimenteren voor de hand
ligt. Hoe voelt het als ik dingen
anders doe en wat zijn de reacties
en wat doe ik daarmee? Veel tieners
gaan zo op zoek. Het is in dit
verband misschien een wat schrale
troost voor veel ouders om te vernemen
dat veel tieners na zo'n
jarenlange zoektocht weer tot rust
komen met overtuigingen die nu
echt van henzelf zijn en niet zo gek
ver afstaan van die in het gezin
waarin ze opgroeiden.
Adviezen
Onderscheid de tiener van het
gedrag dat hij of zij laat zien. Van je
kind als persoon hou je. Probeer
daarom verwijten te vermijden als
'Wat ben je een rotmeid' 'Jij? Jij
bent net je vader'. Probeer het
gedrag te scheiden van het kind.
Zeg bijvoorbeeld: 'Ik begrijp dit
niet van je.' Of: 'Vind je dat je dit
nu echt kunt maken?". Je veroordeelt
dan niet de persoon maar zet
vraagtekens bij het gedrag en
nodigt je kind uit over dit gedrag
na te denken.
Laat u niet overweldigen door
gevoelens van schaamte als uw tiener
wegen gaat waar u vraagtekens
bij zet en die uw omgeving misschien
veroordeelt. Nogal wat
mensen zijn snel geneigd om als
gedrag van geijkte normen afwijkt
de door de ouders gegeven opvoeding
in twijfel te trekken. Tieners
proberen uit, sommigen experimenteren
met nieuwe leefwijzen.
Voor veel tieners is het leven tijdelijk
meer kunst dan kunde.
Waardeer gedrag waaruit blijkt dat
uw kind zich realiseert dat het deel
uitmaakt van een gezinsgemeenschap.
U geeft daardoor namelijk
aan dat u niet gefocust bent op
normoverschrijdend gedrag alleen
maar ook oog hebt voor gedrag
waaruit blijkt dat de tiener zich
gelegen laat liggen aan het wonen
met anderen thuis. U van uw kant
geeft daardoor ook aan dat u, zo
goed als mogelijk is, de sfeer in
huis plezierig wilt houden. Dat is
ook prettig voor de andere gezinsleden.
U kunt ook proberen om een
nieuwe start te maken nadat er een
woede-uitbarsting is geweest. En
schroom niet om zelf ook eens een
keer 'sorry' te zeggen als u achteraf
toch ook vindt dat u te kort aangebonden
was.
Probeer uw afkeer van bepaalde interesses of liefhebberijen die uw tiener er nu op nahoudt wat te onderdrukken. Ga eens bij uw tiener op de kamer zitten vraag wat hem of haar zo aantrekt in de muziek die uit de geluidsinstallatie komt. Laat uw kind eens uitleggen wat het er mooi aan vindt. Is het de melodie, is het het ritme, of zijn het de woorden, of is het gewoon de sfeer die opgeroepen wordt? En houd er rekening mee dat veel tieners als het erop aankomt zelf niet eens precies weten te zeggen waarom dit lied zo gaaf is.
Toon altijd oprechte interesse in hun leven. Neem er de tijd voor om te horen waar de tiener zich mee bezighoudt. Er zijn wel ouders die een wekelijks spreekuur hebben ingesteld. Dat werkt echter niet bij alle tieners. Ze zitten nu met een probleem en willen dat nu kwijt. Wees zo veel als mogelijk is altijd beschikbaar. Laat dit een innerlijke houding zijn. Met hoeveel oprecht sentiment hoor je niet veel volwassenen zeggen: 'Mijn moeder / mijn vader was er altijd.' Dat hoeft niets te maken te hebben met het al of niet werken van beide ouders. Er wordt die innerlijke houding mee bedoeld.
Onderscheid hoofd- van bijzaken. Zeker, een opgeruimde kamer is van belang maar is het het allerbelangrijkste? Bepaal als echtpaar of partners samen wat u echt wilt dat gebeurt. Is het die wekelijks opgeruimde kamer, is dit het gezamenlijke ontbijt of is het altijd ten laatste 's nachts om één uur thuiskomen? Elk gezin heeft bepaalde gewoonten en omgangsvormen, en bepaal daarom samen als opvoeders wanneer ze worden geschonden, welke je aanpassen kunt en welke je echt zo houden wil. Breng dat onder de aandacht van uw kind, beargumenteer uw prioriteiten en vraag aan uw tiener hoe hij / zij daar tegenaan kijkt. Onderhandel, daar is niets mis mee, in zo'n geval maar eens met uw kind en soms werkt het met een financiële beloning.
Verleg uw grenzen echter niet ineens. Laat niet van de ene op de ander dag schieten waar u tot vandaag aan hing. Tieners hebben ook weerstand nodig om hun eigen identiteit te ontwikkelen. Ga dus niet elk meningsverschil uit de weg. Laat uw kind weten wat uw beargumenteerde opvattingen zijn. Dit geldt met name waar het gewoonten betreft die op overtuigende wijze in verband kunnen worden gebracht met waarden die essentieel zijn voor het welzijn van de samenleving in het algemeen. We bedoelen de waarheid spreken, je aan afspraken houden, het niet toebrengen van letsel, het niet uitoefenen van geweld, het niet uiten van racistische taal, je gezondheid niet ondermijnen enzovoort. Het trekken van grenzen in dit soort gevallen kan niet duidelijk genoeg zijn en worden ze toch overschreden dan kan echte boosheid heel doelmatig zijn.
Probeer iets te vinden wat u en uw tiener leuk vinden en bouw dat uit. Is dat bepaalde muziek, een bepaalde film, een hobby, winkelen, bepaalde computerspellen, de natuur intrekken? Doe dat dan samen als het even kan. Als hun kinderen in de tienerfase zijn is dat voor veel ouders de voorlaatste kans in hun leven om zelf nieuwe, interessante dingen te leren.
Lijd er niet onder als uw tiener niet uit zichzelf terugkomt op een ruzie van gisteren. Ze vergeten snel. En als u er zelf zo mee zit dat u er op terugkomen moét, begin dan niet met een verwijt, maar zeg dat u er zelf last van hebt. En als uw tiener zegt dat dat uw probleem is, dan hoop ik dat u kunt wijzen op momenten dat het kind met een probleem zat en u ook bereid was om te luisteren.
Ten slotte dit: Houd overzicht en als het u aanvliegt probeer dan uw leven zo in te richten dat u het samen met uw echtgenoot, partner of vrienden gezellig houdt. Laat uw geluk niet aantasten door de tijdelijke nukken van uw kind. Trek er eens samen op uit, bezoek een tentoonstelling, neem eens even afstand van thuis.
Veel tieners komen na zo'n jarenlange zoektocht weer tot rust met overtuigingen die nu echt van henzelf zijn en niet zo gek ver afstaan van die in het gezin waarin ze opgroeiden.
Samengevat: Beschikbaar zijn, afstand kunnen nemen en bereidheid tot toelichten en praten, dat zijn kortweg de termen waaronder we het bovenstaande brengen. Onder dit gesternte kunnen onze tieners de normen uit hun kindertijd heroverwegen, ze zich eigen maken en nieuwe leren. Om het goede en gelukkige leven op hun beurt straks weer over te dragen aan de komende generaties.
Dit artikel is de bewerking van een lezing
die op 22 januari 2002 door drs. T. M. Kroon
werd uitgesproken voor de oudervereniging
van Laar en Berg, een school voor
havo/vwo te Laren. Drs. J Peeters-Lammerts
van Bueren gaf een aantal adviezen
voor de inhoud van de lezing. Torn
Kroon is wijsgerig en historisch pedagoog.
Hij adviseert schoolteams bij de
vormgeving van de pedagogische
opdracht en schreef een handleiding over
de omgang met waarden en normen in
het basisonderwijs. Hij begeleidt ook
ouders. E-mail: tmkroon@xs4all.nl.
Jean Peeters is ontwikkelingspsychologe,
moeder van drie tieners en geeft opvoedinesadviezen
aan ouders.









