In het onderzoek hebben 120 kinderen uit de groepen drie tot en met zes van de basisschool een uur lang individueel naar een film gekeken. De film werd onderbroken door twee reclameblokken, met ieder vijf reclames. De helft van de kinderen kreeg voedselreclames en neutrale reclames te zien, de andere helft van de kinderen zag alleen neutrale reclames. Tijdens het filmkijken konden kinderen water drinken en stond een schaaltje met M&M’s op tafel. Uit de resultaten blijkt dat jongens anderhalf keer zoveel M&M’s eten als ze voedselreclames hebben gezien. Meisjes aten minder M&M’s dan jongens, en meisjes gingen ook niet meer eten door de voedselreclames.
Er zijn meerdere verklaringen voor de verschillen tussen jongens en meisjes. Allereerst kunnen jongens gevoeliger zijn voor voedselprikkels en daardoor meer gaan eten. Een andere verklaring is dat jongens minder controle hebben om hun impulsen te beheersen. Verder is het mogelijk dat meisjes hun eetneigingen bij het zien van voedselreclames onderdrukken bijvoorbeeld omdat ze aan de lijn doen. Jongens figureren vaker in voedselreclames gericht op kinderen en ze hebben daarin ook meestal de belangrijkste rol.
Bron: Radboud Universiteit










