Voor een onderzoek volgden psychologen van de universiteit van Gent 90 broers en zussen op school. Ze moesten hun eigen cijfers weergeven en zichzelf rangschikken in vergelijking met hun broers en zussen wat betreft intelligentie, werkethiek en academische prestaties. Daaruit concluderen de psychologen dat de oudste kinderen intelligenter zijn, terwijl jongere broers en zussen betere cijfers op school halen. Dat laatste zou je slim kunnen noemen.
In een 2e experiment bekeken de onderzoekers de verschillen in persoonlijkheid tussen 76 broers en zussen. De deelnemers beoordeelden zichzelf op een reeks van uitspraken om persoonlijkheid te bepalen. Later geboren broers en zussen zijn: extroverter, socialer, sentimenteler, vergevingsgezinder en staan meer open voor nieuwe ervaringen. Eerstgeborenen zijn perfectionistischer ingesteld.
De onderzoekers denken dat eerstgeboren kinderen intelligenter zijn, omdat ze als enige van het gezin de onverdeelde aandacht van hun ouders kregen in hun jonge leven. Latere kinderen kunnen betere cijfers behalen, omdat oudere broers of zussen hen helpen. Ze kunnen ook meer competitie aan in de hoop extra aandacht van hun ouders te krijgen.
De jongere kinderen staan meer open voor nieuwe ervaringen, omdat ze de obstakels zagen die hun oudere gezinsleden moesten overwinnen om zich zelfverzekerder te voelen. De benjamins van het gezin zijn vaker makelijker in de omgang, hartelijker en vlotter bij het ontmoeten van nieuwe mensen. Ze zijn ook een stuk creatiever.
Enig kinderen hebben veel overeenkomsten met eerstgeborenen. Al zijn ze meestal wat minder creatief en competitief ingesteld.









