Een jaar geleden opende staatssecretaris Sharon Dijksma het landelijk kenniscentrum gemengde scholen met de woorden: 'Mengen, daar moet je eigenlijk niet over praten, mengen moet je vooral doen!' Inderdaad, over gemengde scholen wordt heel wat afgediscussieerd, het houdt de gemoederen flink bezig. 'Schande wat deze partijen willen. Wat zullen ze trouwens zelf doen met hun eigen kinderen?', zo reageert 'Polleke' op een artikel in Elsevier over de plannen van de gemeente Amsterdam om voorrang te geven aan ouders die gezamenlijk op dezelfde school een witte en een zwarte leerling inschrijven. Maar misschien is deze Polleke niet zozeer tegen het mengen van leerlingen, maar reageert ze op de manier waarop de gemeente dat bij ouders probeert af te dwingen. Heeft de gemeente Amsterdam bij het bedenken van hun plan '1 zwart - 1 wit' eigenlijk wel de allerbelangrijkste partij betrokken die een rol speelt bij de schoolkeuze: de ouders?
Wat beweegt ouders?
Sinds 1 augustus 2006 zijn schoolbesturen en gemeenten verplicht om overleg te voeren over het bevorderen van integratie en het tegengaan van segregatie op school. De politiek gaat er van uit dat onderwijs er toe kan bijdragen dat kinderen en jongeren leren om samen te leven en samen te werken. Dat kan pas goed als de leerlingpopulatie van een basisschool een afspiegeling vormt van de wijkpopulatie. Ook scholen voor voortgezet onderwijs moeten daarvoor streven naar een gemengde leerlingbevolking.
Hoewel veel ouders het ideaal van gemengde scholen zullen onderschrijven, spelen voor hen ook andere afwegingen een belangrijke rol bij het kiezen van een school. Een daarvan is de afstand van huis tot school: 'Ik vond het op een gegeven moment onzin om iedere dag met m'n bakfiets zo'n eind te rijden om mijn kind naar een witte school te brengen, terwijl er in de buurt een prima zwarte school was', zegt een Amsterdamse ouder. Zij heeft zich aangesloten bij een ouderinitiatief dat er naar streeft om de zwarte buurtschool te mengen door andere 'witte' over te halen om ook voor die buurtschool te kiezen.
Ouders die niet warm lopen voor mengen zijn vaak bezorgd over de kwaliteit van de school. Voor veel ouders staat een zwarte school voor slecht onderwijs en een witte school voor goed onderwijs. Op grond van recent onderzoek door ITS-onderzoeker Geert Driessen, waarin de bevindingen van vele Nederlandse en buitenlandse studies bijeen zijn gebracht, kan dit vooroordeel echter worden ontkracht. Het onderzoek wijst uit dat het voor de leerprestaties niet uitmaakt of leerlingen in klassen zitten met veel leerlingen die op hetzelfde niveau presteren of in klassen met grote niveauverschillen. Voor de leerprestaties maakt het evenmin uit of ze in klassen zitten met veel of weinig leerlingen uit dezelfde sociale of etnische groep.
Naast kwaliteit en afstand blijken het imago en de identiteit van de school een belangrijke rol te spelen in de schoolkeuze van ouders. Niet alle ouders kiezen voor een 'ons-soort-mensen-school', maar ouders willen zich wel kunnen herkennen in de samenstelling van de schoolpopulatie als leergemeenschap.
Barrières
Ouderinitiatieven om scholen te mengen zijn er al sinds het midden van de jaren negentig, toen de schoolsegregatie zich in de grote steden steeds scherper ging aftekenen. Toch zijn er nog steeds veel barrières te slechten wanneer je als overheid kinderen uit de wijk samen naar school wilt laten gaan. Allereerst zijn er juridische grenzen: de Onderwijsraad heeft aangegeven dat spreiding op basis van etnische kenmerken in Nederland niet kan worden toegestaan. Bovendien leren ervaringen uit de Verenigde Staten dat ouders zich aan regels onttrekken, als die regels hen dwingen om voor een school te 'kiezen' die zij niet wensen.
Deze ervaringen leren ons dat spreidingsbeleid zonder vrijwillige medewerking van ouders gedoemd is te mislukken. Omdat ouders vrijheid van schoolkeuze hebben, ligt de sleutel tot het tegengaan van segregatie in hun handen. In het overleg tussen schoolbesturen en gemeenten zouden ouders daarom zeker betrokken moeten worden. In haar onderzoek naar de aanpak van etnische segregatie in het basisonderwijs komt Dorothee Peters tot de conclusie dat dit vaak niet op de goede manier gebeurt. Gemeenten en schoolbesturen proberen door middel van informatie en voorlichting het schoolkeuzegedrag van ouders te beïnvloeden: kies voor deze gemengde school. Maar op deze manier laten ouders zich niet sturen. Zij willen daadwerkelijke invloed en een school die rekening houdt met hun wensen en motieven om een bepaalde school voor hun kind te kiezen.
Peters concludeert ook dat het tegengaan van segregatie bij de scholen zelf soms een lage prioriteit heeft. Het enthousiasme voor de zaak loopt al snel terug wanneer door mengen verlies van leerlingen dreigt. Sharon Dijksma wil daarom middelen toekennen aan scholen die succes boeken bij het meer gemengd maken van de school, zodat zij hun aanpak kunnen overdragen aan andere scholen.
Barrières overwinnen
Bij het wegnemen van de barrières die het mengen van leerlingen in de weg staan, zullen drie partijen een rol moeten spelen: gemeenten, scholen en ouders. Het kenniscentrum gemengde scholen geeft op haar site voor deze drie partijen afzonderlijk een vijfstappenplan dat zij kunnen doorlopen bij het realiseren van een gemengde schoolpopulatie. Deze stappen worden op zeer concreet niveau geformuleerd. Stap 1 voor de ouders die een ouderinitiatief willen opstarten is bijvoorbeeld: 'Ouders/verzorgers zoeken: ouders vinden van kinderen jonger dan 4 jaar'. Voor de gemeente is stap 1: 'Ga na in hoeverre alle basisscholen in de gemeente een afspiegeling vormen van de buurt waar ze in staan'.
Dezelfde site geeft ook voorbeelden van scholen die proberen te mengen. Hiervan zijn uit de laatste tien jaar ongeveer 35 initiatieven bekend, waarvan er 18 in 2006 zijn gestart. Naast een beschrijving van de initiatieven die scholen ondernomen hebben, worden ook resultaten geschetst en knelpunten genoemd. Drie voorbeelden:
Tot 2001 was De Vierambacht in Rotterdam een zwarte buurtschool, waar al twintig jaar geen witte leerlingen meer onderwijs volgden. In dat jaar nam een groepje witte ouders het initiatief om gezamenlijk hun vierjarige kinderen in te schrijven. De ouders waren op zoek naar een goede school in de buurt en wilden hun kinderen goed toerusten voor de kleurrijke maatschappij. Op een voorlichtingsavond deden de initiatiefnemers uit de doeken wat zij wilden bereiken. Samen met de schoolleider werd nagedacht over zaken als de taalontwikkeling van alle kinderen, 'uit iedere leerling halen wat erin zit' en over gedifferentieerd werken in de klassen. De schoolleider is blij met de resultaten van het initiatief, zij heeft de school zien opbloeien. Aan de Cito-toetsen in de nu gemengde groepen is te zien dat de doorstroming naar havo en vwo die er al was, sterker kan worden. Inmiddels zijn er ook allochtone ouders die bewust kiezen voor deze school.
Ouders kiezen vooral voor kwaliteit. Scholen kunnen een specifiek aanbod doen dat aantrekkelijk is voor de groep leerlingen die de school wil aantrekken. Dit is wat het Calandlyceum in Amsterdam doet. Deze school is een LOOT-school (Landelijk Overleg Onderwijs Topsport) en biedt een aangepast onderwijsprogramma voor kinderen die op een hoog niveau sporten. De meeste leerlingen komen niet uit de buurt van de school. Ook besteedt de school veel aandacht aan kunstzinnige vorming en is zo een grote trekker voor kinderen met speciale belangstelling op dit gebied. Resultaat is dat ongeveer de helft van de ruim 1800 leerlingen allochtoon is, terwijl dit percentage in de wijk waar de school staat aanzienlijk hoger is.
Vriendschapsscholen
De Dr.J.Woltjerschool is een school in de Rotterdamse wijk Delfshaven met kinderen van allerlei nationaliteiten; in de volksmond een zwarte school. Delfshaven is een zwarte wijk en dus vormt de school een prima afspiegeling van de buurtbevolking. Toch neemt de Woltjerschool daar geen genoegen mee; zij wil contacten tussen leerlingen met verschillende achtergronden stimuleren. Vier jaar geleden heeft de school daarom contact gezocht met basisschool de Acker uit Bergschenhoek, een witte dorpschool tien kilometer buiten Rotterdam. Gezamenlijk zijn ze het project 'vriendschapsscholen' gestart.
Vriendschapsscholen ondernemen samen allerlei activiteiten, waardoor ze elkaar beter leren kennen. Voorbeelden van activiteiten die de twee scholen al samen hebben ondernomen zijn: spellen met gemengde groepen van beide scholen, een rondleiding door de school, samen eten, lezen, zingen, gymmen, gezamenlijk een toneelstukje opvoeren of een open podium houden. De ouders van beide scholen hebben een eigen programma om elkaar te leren kennen. De scholen corresponderen op allerlei manieren met elkaar. Dit gebeurt al vier jaar, en met succes. Reactie van de scholen op de ontmoetingsdagen van 2007: 'Als we terugkijken op deze ontmoetingsdagen en zien hoe deze kinderen en ouders vriendschappen hebben gesloten, waarbij het er niet toe doet wie je bent of hoe je eruit ziet, dan zijn deze kinderen en ouders echt super. Een voorbeeld voor velen.'
Tweerichtingsverkeer
Bemoedigend is dat ouders in toenemende mate zelf het initiatief nemen om scholen meer gemengd te maken en dat ook gemeenten deze ouderinitiatieven stimuleren. Tweerichtingsverkeer tussen ouders en school is belangrijk. Als een groep ouders aanklopt bij een school, moet de school hier actief op inspelen door met de ouders in gesprek te gaan over zaken als onderwijsaanbod, individuele aandacht voor kinderen, plaatsing in groepen en naschoolse opvang. Gemeentelijk beleid kan ouders en scholen actief ondersteunen. Zo helpt de gemeente Rotterdam op vele manieren: ze brengt jaarlijks de leerlingstromen in kaart, ondersteunt ouderinitiatieven, organiseert 'wijkcarrousels' om ouders elkaar te laten ontmoeten, laat scholen zichzelf presenteren en heeft een website ontwikkeld waar ouders elkaar kunnen ontmoeten. Rotterdam kent op dit moment 19 ouderinitiatieven, waartussen ook gemengde ouderinitiatieven, waarin allochtone en autochtone ouders gezamenlijk de school willen mengen. Geen andere stad evenaart dit, dus blijkbaar werpt het gemeentelijk beleid z'n vruchten af.
Hoewel er zeker succesvolle ouderinitiatieven zijn te noemen, zoals die van de Rotterdamse Vierambacht, kunnen er over de meeste nog geen uitspraken worden gedaan: ze zijn van zo'n recente datum, dat moet worden afgewacht hoe groot het effect in de komende jaren zal zijn. Het bestrijden van segregatie is complex. Eenvoudige oplossingen zijn er niet. Dat is geen pleidooi om de segregatie in het onderwijs op zijn beloop te laten. Er valt veel te winnen. Want, zoals een moeder van OBS De Vierambacht in Rotterdam opmerkte: 'als je eenmaal dat contact hebt gelegd, merk je hoe leuk het is.'
Hoe en waar begin ik?
Naast de website www.gemengdescholen.nl, geeft ook www.eenschooldichtbij.nl van de gemeente Rotterdam concrete handreikingen aan ouders:
1. Ga eerst eens kijken op scholen. Waar bevalt het je? Hoe staat de school ten opzichte van het idee van mengen?
2. Zoek contact met andere ouders. Misschien zijn er meer ouders in de buurt bezig met hetzelfde initiatief.
3. Organiseer een bijeenkomst met ouders om ervaringen en ideeën uit te wisselen. Punten van bespreking kunnen zijn: Wat verwachten ouders van de school? Voelen ze er iets voor hun kinderen gezamenlijk aan te melden? Wat verwacht de school van ouders? Hoe gaat het initiatief verder?
4. Ga digitaal. Een (plekje op een) site maakt het makkelijker om e-mails te versturen, nieuwsberichten te plaatsen, discussies te voeren en een gezamenlijke agenda bij te houden.
5. Betrek de school. Zo kunnen wensen en plannen afgestemd worden.
6. Communiceer. Houd alle belangstellende ouders regelmatig op de hoogte. Gaan de kinderen daadwerkelijk naar school, dan is een stukje in een huis-aan-huiskrant daarover goede reclame om meer ouders te betrekken.
7. Klop aan bij de gemeente! Wie weet willen zij je initiatief ondersteunen.
Kijk voor meer informatie en praktische handreikingen aan ouders, scholen en gemeenten op www.gemengdescholen.nl en www.eenschooldichtbij.nl
Literatuur
Rutten, J. (2007). Segregatie in het onderwijs: Wat Werkt? Utrecht: Sardes.
Driessen, G. (2007). 'Peer group' effecten op onderwijsprestaties. Een internationaal review van effecten, verklaringen en theoretische en methodologische aspecten. Nijmegen: ITS.
Mariet Hattink werkt bij de CED-Groep, een educatieve dienstverlener die scholen adviseert, begeleidt, traint en coacht. Daarnaast ontwikkelt ze samen met haar klanten educatieve materialen.









