Pedagogiek
in praktijk

Ouders beter ondersteunen bij mediaopvoeding

Ouders moeten beter ondersteund worden bij de mediaopvoeding. Dat stelt bijzonder hoogleraar Mediaopvoeding prof. dr. Peter Nikken in zijn oratie op 9 juni aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Ouders willen concrete tips en ondersteuning om hun kinderen goed te begeleiden bij het omgaan met televisie, videogames, mobieltjes en internet. In de praktijk blijkt die steun nog niet optimaal. De bijzonder hoogleraar draagt een aantal oplossingen voor om dit te verbeteren, zoals een media-jeugdmonitor, een open database met informatie en betere samenwerking tussen professionals en organisaties.

Landelijke media-jeugdmonitor
Om ouders en professionals in de jeugdsector te helpen, is het in de eerste plaats noodzakelijk dat meer bekend wordt over hoe kinderen van jongs af aan opgroeien met de media en hoe ouders daarmee omgaan, stelt Nikken. Volgens hem zijn de bestaande monitoren over het opgroeien van kinderen in Nederland en Europa ontoereikend, omdat ze of geen rekening houden met het brede medialandschap of alleen gaan over kinderen van twaalf jaar en ouder. Hij pleit daarom voor een landelijke media-jeugdmonitor. Die monitor brengt het mediabezit en -gebruik van kinderen vanaf de peuterfase in kaart en stelt vast hoe ouders daarover denken en hoe ze hun kinderen begeleiden bij het mediagebruik. Deze monitor moet om de paar jaar worden uitgevoerd om trends te kunnen vaststellen.

Specialistisch onderzoek
Nikken vindt het ook van belang dat er meer aandacht komt voor de mediaopvoeding in gezinnen waar de opvoeding minder gemakkelijk verloopt, zoals bij kinderen met ADHD, autisme of gedragsstoornissen of bij ouders die door andere omstandigheden veel opvoedlast ervaren. Het onderzoek naar mediaopvoeding heeft al veel algemene kennis opgeleverd, maar het is nu tijd om onderzoek te doen dat concrete aanwijzingen geeft voor wat ouders kunnen doen in specifieke situaties, bij kinderen van een bepaalde leeftijd en bij bepaalde media.

Samenwerking organisaties
Tot slot concludeert Nikken dat de ondersteuning aan ouders beter georganiseerd moet worden. Er zijn talloze organisaties en instellingen die ouders steun bieden bij het vraagstuk mediawijsheid met bijvoorbeeld brochures, ouderavonden, tips of trainingen. De effectiviteit van die adviezen en ondersteuning staat echter niet vast en is in veel gevallen te algemeen, aldus Nikken. Hij vindt het daarom gewenst dat er een gevalideerd overzicht komt van informatiebronnen waar ouders en professionele opvoeders op kunnen terugvallen als zij steun zoeken voor hun mediaopvoeding. Verder moet er een betere afstemming komen tussen organisaties zoals de school, bibliotheek, kinderopvang en het Centrum voor Jeugd en Gezin. Die organisaties kunnen vanuit hun eigen taak en functie ouders helpen en elkaar versterken. De website www.mediaopvoeding.nl zou als spil kunnen fungeren bij die versterkte samenwerking, pleit de bijzonder hoogleraar.

Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam



Naar homepage