Pedagogiek
in praktijk

Oneerlijke toetsen?

Sommige opgaven van de Cito-Eindtoets Basisonderwijs werken in het nadeel van leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond. Dat constateert Tamara van Schilt-Mol van de Universiteit van Tilburg op grond van experimenteel onderzoek. In haar proefschrift doet ze aanbevelingen voor het verbeteren van de Cito-Eindtoets.

Tamara van Schilt onderzocht of er nadelig werkende vragen zaten in de Cito-Eindtoets Basisonderwijs 1997 en wat daarvan de oorzaken zijn. Met behulp van statistische analyses vond zij inderdaad 21 van de 240 opgaven in de toets die nadelig werkten voor leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond. Maar er waren ook 11 opgaven die juist in hun voordeel bleken te werken. Van Schilt testte de precieze werking van de opgaven door ze voor te leggen aan leerlingen en leerkrachten van groep 8, Pabo-studenten, taalkundigen, toetsconstructeurs en onderwijskundigen. Daarbij liet ze haar informanten hardop denken en de opgaven beoordelen met plussen en minnen.

Uit de analyses kwam onder meer naar voren dat sommige illustraties bij de opgaven onder allochtonen leerlingen tot verwarring leiden. Leerlingen die het antwoord niet meteen weten proberen een verband te leggen tussen de opgave en het plaatje, terwijl dat verband er niet is. Een andere oorzaak van onbedoelde nadeligheid van de opgaven is de aanwezigheid van standaard-antwoordmogelijkheden zoals 'geen fout' of 'zo laten staan'. Een derde categorie problemen wordt veroorzaakt door taalgebruik dat te moeilijk is voor leerlingen met een geringere taalvaardigheid Nederlands, waaronder laagfrequente woorden of uitdrukkingen en complexe zinnen of verwijzingen.

Op basis van de resultaten stelt Van Schilt voor opgaven van tevoren te testen onder leerlingen van groep 8, met behulp van de hardop-denkmethode en de plus-en-minmethode.

Bron: Universiteit van Tilburg



Naar homepage