Pedagogiek
in praktijk

Nederlands of moedertaal?


Illustratie Anna Boterman

In onderwijskringen is het algemeen geaccepteerd dat het succes van de integratie van nieuwe Nederlanders vooral afhangt van hun kennis van de Nederlandse taal. Maar is dit ook echt zo?

Rasit Bal met een reactie van Anna Scheele.

Als Nederlands niet je eerste taal is 

In onderwijskringen is het algemeen geaccepteerd dat het succes van de integratie van nieuwe Nederlanders vooral afhangt van hun kennis van de Nederlandse taal. De afgelopen jaren horen wij bewindspersonen heel vaak roepen: hoe eerder kinderen beginnen met Nederlands te leren, des te beter! Maar is dit ook echt zo?

Terwijl volwassen migranten via allerlei voorzieningen ingeburgerd worden, heeft de overheid voor de kinderen van de migranten het onderwijsachterstandenbeleid. Uit onderzoeken blijkt namelijk dat zij de school binnenkomen met een taalachterstand en die onvoldoende inhalen in de jaren daarop. De scholen ontvangen hiervoor extra financiële middelen en halen alles uit de kast om hen zonder achterstand door het programma heen te krijgen. Ondanks al die extra inspanningen maakt deze groep kinderen het basisonderwijs af met een onderwijsachterstand van één à twee jaar. In kringen van onderwijs en politiek is het een vaststaand feit dat het thuisfront de oorzaak is van deze achterstand. Daar, zo luidt het, wordt het kind onvoldoende in zijn Nederlandse taalontwikkeling gestimuleerd, terwijl juist die taal zeer essentieel is voor hun emancipatie in de maatschappij. De ouders die thuis hun eigen oorspronkelijke taal centraal stellen, zouden hun eigen kinderen duperen. Dit veroorzaakt een grote verbijstering in de maatschappij.  

De thuistaal als obstakel?
Tot de jaren negentig stond het onderwijsachterstandenbeleid helemaal los van cultuur.  De minderheden mochten sowieso hun cultuur behouden. De Nederlandse taal was een instrument om je weg in de maatschappij te vinden. Het ging vooral om participatie en zelfredzaamheid. Bij de afschaffing van OALT (Onderwijs in Allochtone Levende Talen) kwamen de twee thuistalen (Turks en Marokkaans) in een concurrentieverhouding met het Nederlands. De Turkse en Marokkaanse ouders wilden hun eigen taal behouden door hun geloofstraditie en cultuur aan hun nieuwe generatie over te dragen. Daartegenover verdedigden de politiek en onderwijskringen krachtig dat voor de kinderen Nederlands veel belangrijker was. De gedachte was dat deze kinderen in Nederland zouden blijven en de taal van dit land moesten beheersen. De Turkse en Marokkaanse taal waren niet meer relevant voor hun maatschappelijke succes in Nederland. Juist door deze discussie kwamen die twee talen in een concurrentieverhouding met het Nederlands. Als gevolg hiervan is toen bedacht dat de thuistaal het obstakel was. Elke woord Turks of Marokkaans dat de kinderen leren, zou ten koste van het Nederlands gaan......

[Uit: Als Nederlands niet je eerste taal is, Rasit Bal ]

LEES VERDER:

- neem een abonnement

- of download dit nummer (beschikbaar vanaf 06/09/2010)


 



Naar homepage