Van de drieduizend vrouwen die jaarlijks gevangen worden gezet is de helft moeder. Deze moeders zien hun kinderen vaak maar weinig. De grote afstand tot de woonplaats van het kind, reiskosten, en onhandige bezoekuren maken het moeilijk het contact tussen moeder en kind in stand te houden. Voor bezoek aan de moeder is het kind afhankelijk van begeleiding door een familielid of hulpverlener. Eenmaal in de penitentiaire inrichting is het kind onderworpen aan veiligheidsmaatregelen die fysiek contact - knuffelen, op schoot zitten - met de moeder in de weg staan.
Moeder en kind ondervinden voornamelijk last van procedures rond de toelating van het kind in de gevangenis en de bezoektijden die vaak samenvallen met schooltijden. De huisregels van de inrichtingen (een ministeriƫle regeling) moeten daarom worden versoepeld. In totaal doet het Verwey-Jonker Instituut dertien aanbevelingen aan het ministerie van Justitie, het ministerie van Jeugd en Gezin en de penitentiaire inrichtingen (kijk voor meer informatie op www.verwey-jonker.nl).
Bron: Verwey-Jonker Instituut









