In het onderzoek van Ter Wolbeek zijn ruim 1700 meisjes en evenveel jongens van zes scholen opgenomen. Ruim twintig procent van de meisjes en zes procent van jongens van deze groep blijkt ernstig vermoeid te zijn, in eenderde tot de helft van de gevallen al drie maanden of langer. Vermoeidheid blijkt verrassend genoeg niet sterk samen te hangen met levensstijl, maar wel met psychische klachten. Vermoeide meisjes hebben meer negatieve dingen meegemaakt dan normale leeftijdsgenoten, bijvoorbeeld gescheiden ouders of een overleden grootouder. Ter Wolbeek stelde vermoeidheid vast door het afnemen van een vragenlijst, die naast het subjectieve gevoel van moeheid ook afgenomen motivatie, activiteit en concentratie registreert.
Vermoeide meisjes, die ook klachten van somberheid en angst hebben, vertonen een afwijkend immunologisch profiel. De balans tussen twee signaalstoffen is verstoord. Deze afwijking werd ook gevonden bij een groep meisjes met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Verder blijkt bij een kleine groep meisjes, die langer dan een jaar vermoeid zijn, de communicatie tussen het immuunsysteem en de stresshormoonproductie verstoord te zijn.
Bron: Universiteit Utrecht









