Pedagogiek
in praktijk

Mevrouw, mag ik bij u wonen?

Caroline Karssen schreef een verhalenboek op basis van haar werk in de jeugdbescherming. Het zijn indringende, maar soms ook luchtige verhalen die een geweldige inkijk bieden in het dagelijkse werk: de discussies met collega's, de succesvolle en minder succesvolle beslissingen. Lees verder haar toelichting bij het boek:

Enkele jaren geleden zat ik in de redactieraad van een tijdschrift over de jeugdzorg. Deze redactieraad bestond uit mensen die in de jeugdzorg werken, onder wie een groepsleider, een jongerenwerker, een instellingsdirecteur. Ikzelf ben gedragswetenschapper bij de afdeling jeugdbescherming van Bureau Jeugdzorg Haaglanden. Enkele keren per jaar kwamen we bij elkaar om het blad te evalueren en met de redacteuren mee te denken over interessante onderwerpen voor de komende uitgaven. Twee redacteuren van het blad, Hellen Kooijman en Maria van Rooijen, vroegen mij of ze een week mochten meelopen op ons Bureau Jeugdzorg, om het werk van jeugdbeschermers beter te leren kennen. Zo’n ‘snuffelstage’ kwam op dat moment niet uit. We bedachten wat anders. Ik zou dagverslagen schrijven over wat er die dag zoal was voorgekomen op mijn werk en die verslagen zou ik hen laten lezen. De casussen zou ik anonimiseren. 

Mijn eerste verslag ging over een teambespreking waarin de vraag centraal stond of een 13-jarig meisje, voor de tweede keer zwanger, straks zelf haar kind moest opvoeden. In het volgende verslag schreef ik over een meisje dat vijf jaar onder ons toezicht had gestaan en die dag aan een overdosis was overleden. In weer een ander verhaalde ik over een kleuter die mateloos masturbeerde: was hier sprake van seksueel misbruik? En ik schreef over een moeder die weigerde haar kind naar zijn vader te laten gaan, omdat die hun zoon volgens haar seksueel misbruikte. Hellen en Maria bleken al snel onder de indruk van wat ik schreef. Natuurlijk waren ze geraakt door de tragiek van de kinderen en gezinnen waarmee wij te maken hebben. Maar ze waren vooral geïmponeerd door de dilemma’s waar wij dagelijks voor staan, de moeilijke beslissingen die wij moeten nemen, de afwegingen die wij daarbij maken en de vele pogingen die wij ondernemen om kinderen zo veilig mogelijk te laten opgroeien. 

Dit zouden meer mensen moeten weten, vonden zij. Er wordt in kranten, op televisie en radio en niet te vergeten de sociale media vaak zo ongenuanceerd over ‘jeugdzorg’ geschreven en gesproken. Het zou volgens hen goed zijn als er wat meer bekendheid kwam over waarom Bureau Jeugdzorg doet wat het doet, waarom er wordt besloten tot uithuisplaatsing en waarom niet. Als er weer eens commotie ontstaat over een drama in een gezin dat al met ‘jeugdzorg’ te maken had, is het voor Bureau Jeugdzorg vaak lastig om precies uit te leggen hoe de vork in de steel zit. Om de privacy van de cliënten te waarborgen kan Bureau Jeugdzorg vaak niet zo veel vertellen. Hellen en Maria stelden voor om van mijn verslagen een dagboek te maken waarin ik bepaalde casussen uitdiepte en om dat dagboek in boekvorm uit te geven. Zij zouden er dan wel een leesbaar geheel van maken. 

Aanvankelijk aarzelde ik: wij doen toch gewoon ons werk. Ja, soms gaat het er bij ons zeer hectisch aan toe, maar hectiek komt op wel meer werkplekken voor. Hellen en Maria wezen mij echter op een essentieel verschil tussen jeugdbeschermers en bijvoorbeeld brandweerlieden, medewerkers op de spoedeisende dienst of ambulancepersoneel. Jeugdbeschermers werken met de meest kwetsbare mensen: met kinderen die mishandeld worden of anderszins in hun ontwikkeling worden bedreigd en met ouders die dat wat hen het meest dierbaar is wordt of dreigt te worden afgenomen. De afweging wanneer er tegen de wil van ouders ingegrepen moet worden is soms extreem moeilijk. En natuurlijk is het de kinderrechter die beslist wat er met een kind moet gebeuren, maar Bureau Jeugdzorg adviseert hem daar wel in. Bovendien hebben jeugdbeschermers de taak dat besluit zo uit te voeren dat het perspectief van het kind centraal staat. En het perspectief dat wij voor ogen hebben botst nog wel eens met wat hulpverleners van andere instanties voor ogen hebben, of zelfs met dat van de kinderrechter. 

Ik besloot met het voorstel akkoord te gaan. Temeer omdat jeugdzorg momenteel volop in de belangstelling staat. Met de decentralisatie van rijkstaken naar de gemeenten worden gemeenten straks verantwoordelijk voor alle jeugdzorg. Gemeenteambtenaren moeten weten wat jeugdzorg inhoudt. Wellicht dat dit boek hen daarbij kan helpen. Maar ik denk dat inzicht in de dagelijkse praktijk van jeugdbeschermers bij Bureau Jeugdzorg ook goed is voor toekomstige collega’s, huisartsen, leerkrachten, ouders, journalisten die over jeugdzorg schrijven en iedereen die met jeugdzorg te maken krijgt of kan krijgen. 

De casussen die in dit boek worden beschreven zijn geanonimiseerd. Namen van collega’s, ouders en kinderen zijn fictief en de gezinssituaties zijn zo aangepast dat ze niet herleidbaar zijn tot bestaande personen.  Omdat we ervan uit gaan dat niet alle begrippen voor iedereen bekend zijn, staat achter in dit boek een verklarende woordenlijst, op alfabetische volgorde.

Ik heb mijn dagboekverslagen geschreven vanuit mijn werk als gedragswetenschapper. Als gedragswetenschapper geef ik consultatie en advies aan voogden en gezinsvoogden bij de uitvoering van hun werk. Ik zit het wekelijks overleg van ons multidisciplinaire basisteam voor waarin we casussen bespreken en besluiten nemen. Ik ben lid van het diagnostiekteam en heb contacten met ouders en kinderen, als situaties daarom vragen. Daarnaast heb ik nog enkele andere taken, waaronder het geven van voorlichting over ons werk aan bijvoorbeeld scholen of pleegzorgorganisaties. Op die bijeenkomsten valt het me vaak op hoe weinig mensen van jeugdbescherming af weten. Maar ja, daarvoor sta ik daar ook. Lastiger is de kritiek die ze op ons hebben. Iedereen kent wel een verhaal van een vader die om onbegrijpelijke redenen zijn kinderen niet meer mag zien, of van kinderen die in hun ogen al lang bij hun ouders weggehaald hadden moeten worden. Toch is het niet mijn bedoeling om met dit boek in de verdediging te gaan. Wij nemen wel eens de verkeerde beslissingen, wij laten wel eens steken vallen. Maar de meeste jeugdbeschermers die ik ken stellen alles in het werk om kinderen veilig te laten opgroeien of weer op het goede spoor te krijgen. In veel gevallen lukt dat ze hen ook. En hoe ze dat doen, daarover gaat dit boek.

Caroline Karssen

Boekinformatie en bestellen via deze pagina

 

 








Naar homepage