Pedagogiek
in praktijk

Luie wijken, dikke kinderen

Nog geen tien procent van de kinderen op de basisschool haalt de minimum beweegnorm van een half uur per dag. In de leeftijdsgroep van twaalf tot zeventien jaar ligt dit percentage onder de dertig. De inrichting van de wijk speelt daarin een belangrijke rol. 'Er is een duidelijk verband tussen de mogelijkheden voor sport en spel in de wijk en de deelname daaraan. Het probleem doet zich met name voor in bewegingarme wijken,' zo concludeert Wim Hafkamp, wetenschappelijk directeur van Nicis Institute op basis van het onderzoeksrapport Wat kinderen beweegt. 'Gemeenten onderschatten hun eigen rol. Zij moeten veel meer investeren in het bouwen van bewegingsrijke wijken.'

In opdracht van het Nicis-onderzoek onderzochten Jan Janssens en Madeleine Frelier van het WJH Mulier Instituut bijna 1000 basisschoolkinderen in de hoogste twee basisschoolgroepen in de gemeenten Zwolle en Emmen. Ook werden de kinderen uitgedaagd om een ontwerp te maken van hun ideale schoolplein of buurt. Uit het onderzoek blijkt dat kinderen in bewegingsarme wijken minder in georganiseerd verband sporten dan kinderen in bewegingsrijke wijken, maar de jongens uit deze bewegingsarme wijken spelen wel iets vaker buiten. In zijn algemeenheid lijken jongens significant meer te bewegen dan meisjes. 'Kinderen hebben een heel duidelijk beeld van wat ze willen in hun wijk. Gemeenten zouden speelplekken veiliger moeten maken. Ook bij de inrichting van schoolpleinen zijn punten te winnen,' zo stelt Hafkamp. Kinderen zijn niet tevreden over de speeltoestellen en -plekken in de buurt. De inrichting is onvoldoende divers. Ook wordt de speelplek als onveilig gezien door overlast van hangjongeren, loslopende en rondpoepende honden, kinderlokkers en verslaafden. Het woon-schoolverkeer is volgens de onderzoekers eveneens een goede aanzet om de beweegnorm te halen. Routes naar scholen zouden veiliger gemaakt moeten worden om lopen en fietsen te stimuleren.

Bron: Nicis Institute



Naar homepage