Pedagogiek
in praktijk

''Levensechte pedagogiek'' (Redactioneel PiP 126, 2022)

Onlangs vroeg ik een bevriende tiener hoe bij hem op school de oorlog in Oekraïne werd besproken. Onmiddellijk zei hij : ‘Daar moet je een goede geschiedenisleraar voor hebben!’
''Levensechte pedagogiek'' (Redactioneel PiP 126, 2022)

En die heeft hij, volgens hem, ‘want zij  laat ons eerst vertellen wat we er zelf van weten en wat voor vragen we erover hebben, en dan ver telt ze hoe de geschiedenis van Oekraïne en Rusland ermee te maken heeft.’ Gerrit Breeuwsma zal hem gelukkig prij zen met zo’n lerares. Want in zijn artikel in deze PiP ‘ Wat kinderen oppikken van de geschiedenis’ beschrijft hij  dat het bar slecht gesteld is met de k waliteit van ons geschiedenisonderwijs in het algemeen, onder meer omdat het te weinig ingaat op wat kinderen aan ‘onoffi ciële’ geschiedenis meekrij gen van thuis of elders – via familieverhalen, films, games of hoe ook gemedieerd – terwijl de dubieuze kanten van die onofficiële geschiedenis juist wel extreem misbruik t kunnen worden in of fi ciële varianten, zoals in de huidige Russische oorlogspropaganda.

We zit ten allemaal met de vreselij ke vraag wat we aankunnen en -moeten met de oorlog die opeens weer dichtbij  is. In deze PiP komt op verschillende manieren aan de orde hoe kinderen oorlog beleven en verwerken, en wat hen daarbij hopelij k helpt. Siska van Daele en An Piessens beschrij ven hun werk met vluchtelingenkinderen in een Vlaams opvang- centrum: in deze ‘onderzoekende pedagogische interventie’ gaat het om het vers terken van veerkracht en groepsgebeu- ren, waarbij  kinderen in speelse creatieve ac tiviteiten zelf de regie nemen en hun verhalen laten horen. Daphne Clement bespreekt een film over een vluchtend meisje in de Tweede Wereldoorlog, dat met haar verlies en verdriet daadkrachtig omgaat. Ze doet dat speels maar allerminst als spelletje, met een levensenergie waar voor wij  – aldus Daphne – zowel kinderen als onszelf als volwassenen meer ruimte moeten geven. Bas Levering bespreek t wat drie volwassenen over- hielden aan herinneringen, al dan niet traumatisch, uit hun kindertij d in de Tweede Wereldoorlog. Dit is ingebed in zij n bespiegelingen over hoe ‘echt’ vroege jeugdherinneringen zijn – wat impliciet raakt aan de ambivalenties van onofficiële geschiedenis(overdracht) die Breeuwsma beschrijft.

De speelsheid en levensenergie die ik bij  t wee ar tikelen hierboven aans tipte, komt terug in het inter view van Bob Horjus en Maar tje van Dij ken met lec toren Stij n Sieckelink en Femke Kaulingfreks, over hun boek Speelruimte voor identi- teit dat is gebaseerd op hun onder zoek naar praktijken in

Nederlands en (hier ook alweer) Vlaams jongerenwerk. Sieckelink en Kaulingfreks geven onder meer hun pedagogi- sche perspectief op de lastige huidige discussies over identiteit, hokjesdenken en radicalisering: geef jongeren speel- ruimte om te zoeken naar waar ze voor willen gáán en waar ze bij  willen horen. En net als Breeuwsma vragen ze (ditmaal als kritische blik op burgerschapsvorming op school) meer aandacht voor de leef wereld van jongeren thuis, op straat of waar ook.

Deze ar tikelen, plus andere die ik hier tot het laat s t bewaar, doen me alwéér besef fen waarom ik zo graag in de redactie van dit blad zit. Ik voegde mij  daarbij  (in 2014) als onderwij spedagoog die zich vooral toelegt op de relatie tussen binnen- en buitenschools leren (in heden en verleden) en levensechte verbindingen daartussen via projectonderwij s en cultuureducatie. Eerder zat ik ook in de redacties van Zone, en van Vernieuwing, tijdschrift voor opvoeding en onderwij s (opgericht door Kees Boeke en na zeventig jaar in 2007 opgeheven). Het is prachtig werk om als tij dschrif t- redactie artikelen te kunnen verzamelen die een onderwerp – zoals hier ‘oorlog’ – van verschillende kanten pedagogisch belichten. Of waarin, vanuit verschillende disciplines, dezelfde k wes ties de kop ops teken: zoals hier de kloof tussen binnen- en buitenschoolse vorming bij  geschiede- nisonderwij s en bij  burgerschapsvorming. En daarbij  willen we in PiP liefst geen louter juichverhalen of eenzij dig gekriti- kas ter, maar ar tikelen die op allerlei onder werpen een zowel kritisch als positief-geëngageerd licht werpen. Dat gebeurt hier ook in de artikelen van Ido Weijers, van Liesbeth Groenhuijsen, en van Renske Schamhart en Loes Houweling. Weij ers legt uit waarom hij  uiters t kritisch is over het werken met jongerenrechtbanken op scholen. Hij  neemt het daarbij  op voor goede bemiddeling bij  confl ic ten, het belang van kinderen daarbij  en het belang van goede kennis over ons recht ssys teem. Groenhuij sen beschrijft wat er vaak misgaat in juridische procedures rond co-ouderschap bij echt scheiding. Daar tegenover s telt zij  de realiteit van de pedagogische relatie en het belang van het kind. Schamhart en Houweling ten slotte beschrij ven voetangels en klemmen bij  het inrichten van interdisciplinaire ‘leernetwerken’ rond jeugd. Hun praktijk voorbeeld in Utrecht toont dat er wel degelijk mogelij kheden zij n om de positieve bedoelingen van zo’n leernetwerk te realiseren.

Levensechte pedagogiek is niet in een hokjeapar t te proppen. Dat blij kt maar weer uit deze hele PiP.

Saskia van Oenen

Lees losse artikelen of de complete PIP via Pedagogiek Digitaalword abonnee of bestel hier het nummer in print.



Naar homepage