“Investeringen zijn het meest rendabel wanneer ze in de eerste levensfasen worden gedaan”, aldus Ter Weel. “Vaardigheden die vroeg zijn aangeleerd, worden ingezet in latere periodes. Dit kan direct nuttig zijn, maar stimuleert ook het aanleren van andere vaardigheden. Bovendien leiden vroege investeringen tot een hogere productiviteit van latere investeringen, en zijn dus effectief en kostenefficiënt. Andersom is het later herstellen van opgelopen achterstanden duur en soms zelfs onmogelijk.”
Echter, niet ieder kind krijgt gelijke investeringskansen. Kinderen uit relatief zwakke gezinnen hebben vaker een achterstand wanneer ze het primair onderwijs in stromen en een grotere kans om zonder diploma het onderwijs te verlaten. Om de achterstand van een kind dat toevallig is geboren in een achterstandswijk zoveel mogelijk te beperken, is het instellen van een leerplicht vanaf vier jaar een goede oplossing. Ter Weel: “Op dit moment gaan veruit de meeste kinderen vanaf vier jaar naar school, maar de leerplicht begint pas bij vijf jaar, en het zijn juist de kinderen uit zwakke gezinnen die vaak later op school komen.”
Dat is niet genoeg. De kosten van opvoeding van een jong kind zijn moeilijker te dragen voor arme gezinnen, waardoor de achterstand bij sommige kinderen al op een leeftijd van vier jaar aanwezig is. Ter Weel stelt dat deze kosten verlaagd kunnen worden door de inspanningen die de opvoeding vergt te verdelen tussen gezin en overheid, door voorschoolse educatie. Het blijkt dat investeringen in zeer jonge kinderen uit zwakkere gezinnen en kinderen uit achterstandswijken positieve effecten hebben op schoolresultaten, en schooluitval, criminaliteit en drugsgebruik doen afnemen. Uiteindelijk bereiken deze kinderen een betere maatschappelijke positie, die de kosten van het programma ruimschoots overstijgen.
Ter Weel: “Het is de taak van ouders hun kinderen op te voeden. Maar de overheid kan vroege ontwikkeling stimuleren, daar waar ouders tekortschieten. Voor goede prestaties is ook wilskracht en doorzettingsvermogen nodig. Dat gaat niet vanzelf, maar vergt energie en inzet van de ouders.”
De leerstoel van Bas ter Weel is ingebed binnen de vakgroep Algemene Economie van de School of Business and Economics.
(Bron: Maastricht University)









