Psychiaters en onderzoekers zijn namelijk degenen die de normen opstellen voor stoornissen. Als een kind (of volwassene) zich volgens een aantal van deze normen gedraagt, of bepaalde gedragingen vaker vertoont dan anderen, wordt daar een naam aan gegeven. Het krijgen van een label met de naam ‘stoornis’ is niet meer dan een voor deskundigen interessant statistisch gegeven.
Label heeft geen zin
Het onderzoek en daarmee het opleggen van een label bij een kind, heeft vaak geen positieve gevolgen. Voor de leerkracht levert het sowieso weinig op, omdat er grote verschillen zitten in vormen van bijvoorbeeld ADHD en in de kinderen die het label krijgen. Daarbij blijkt dat het benoemen van een stoornis bij een kind, vaak geen veranderend gedrag van de leerkracht tot gevolg heeft, waardoor het kind in feite op school niets heeft aan het label ADHD.
Tot slot blijkt het label nauwelijks een handvat voor het handelen te zijn, waardoor een oplossing voor het probleemgedrag vrijwel nooit wordt gevonden. Vele onderzoeken wijzen er dan ook op dat labelen nauwelijks leidt tot betere prestaties en beter gedrag. In plaats van het bekritiseren van de kwaliteit en inhoud van de lesprogramma’s, wordt de oorzaak bij het kind gezocht en gelegd, en niet bij de school.
Label levert geld op
Reden voor het onderwijs om toch aan te dringen op bepaalde onderzoeken bij leerlingen, is vaak vanwege het systeem van indicatiestelling voor een ‘leergebonden financiering’. Voor de leerling en ouders levert dit weinig op, behalve een label dat vanaf dat moment wordt meegedragen. De extra gelden die de financiering oplevert, verdwijnen vaak in de school.
Mede hierdoor zijn er veel ouders die hun twijfels hebben bij een onderzoek naar ADHD of een andere stoornis bij hun kind. De vraag blijft of hun kind beter wordt van het onderzoek en het label dat daaruit voortvloeit.









