Kinderen van nu vertegenwoordigen een nieuwe wereld die de ouder niet kent. Zij halen informatie uit die wereld en brengen die in het gezin. Ouders zijn genoodzaakt te accepteren dat niet alles meer via hen in het gezin terechtkomt, waardoor hun rol verandert. ‘Pogingen om het internetgedrag van kinderen in te dammen door bijvoorbeeld filters in te stellen, zijn een vergeefse inspanning om de stabiele, in te richten wereld te herstellen’, betoogt De Haan. ‘Dit soort beheersgedrag is in deze tijd niet meer zinvol.’
De Haan illustreert haar betoog onder meer met onderzoek naar Marokkaanse gezinnen, waar de verandering van rollen goed zichtbaar is. Een groep Marokkaanse ouders in Nederland blijkt in de loop van de tijd hun opvoeding te hebben herzien omdat ze zagen dat hun opvoedingsmethoden niet aansloten bij wat gebruikelijk is in Nederland. Deze groep reageert met een verhoogde inzet op opvoeding. Een andere groep slaagt er niet in om de opvoeding te herzien en geeft het op.
In beide groepen blijken de kinderen soms rollen in te nemen die meestal aan de ouders worden toegeschreven. Zo onderhouden deze kinderen soms het contact met de buitenwereld, helpen hij het interpreteren van brieven, leveren nieuwe informatie en brengen discussies op gang. De rol van volwassenen wordt dan door taalproblemen en cultuurverschillen ingenomen door het kind.
Volgens De Haan zijn dit voorbeelden van een flexibele rolverdeling tussen de generaties, die functioneel is waar stabiele referentiepunten ontbreken. De Haan: ‘Mijn betoog is echter geen verklaring voor opvoedingsproblemen. Door deze ontwikkelingen ontstaan ook nieuwe opvoedingspraktijken, zoals door het gebruik van de mobiele telefoon.’
Bron: Universiteit Utrecht









