Bij jongeren van Nederlandse afkomst onderscheiden de onderzoekers drie groepen als het gaat om het combineren van de Amsterdamse en de Nederlandse identiteit. De jongeren die zich 'vooral Nederlander' voelen en de jongeren die 'boven alles Amsterdammer' zijn, komen het meest voor. Een derde kleine groep bestaat uit 'de nostalgische Amsterdammers'. Zij staan negatief tegenover de multiculturele samenleving, maar identificeren zich wel sterk met de stad. De jongeren van buitenlandse afkomst voelen zich ook verbonden met Amsterdam. De meesten voelen zich naast Amsterdammer ook Nederlander, maar een deel van deze jongeren ervaart dat zij in het dagelijkse leven toch niet als Nederlander wordt gezien, op grond van hun kleur, afkomst of religieuze overtuiging. Voor hen is 'Nederlander' een exclusief label dat niet op hen van toepassing is.
Bij de jongeren van buitenlandse afkomst maken de onderzoekers een onderverdeling in vier groepen: 'de evenwichtskunstenaar' die verschillende plaatsgebonden identiteiten samen laat gaan, de 'kleurbekenner' die zich gedwongen voelt de ene identiteit boven de andere te kiezen, de jongere die zich 'boven alles Amsterdammer' voelt, en een zeer kleine groep die de positie inneemt van 'bewuste buitenstaander' en zich terugtrekt in de 'eigen groep'.
Over het algemeen is 'Amsterdammer' een sterk label voor de jonge Amsterdammers juist omdat het ruimte biedt aan diversiteit. Zij blijken zich, ongeacht hun afkomst, bijna allemaal sterk verbonden te voelen met hun stad. Ze voelen zich er thuis en zijn trotse Amsterdammers. Trots op de culturele diversiteit, de tolerantie en het kosmopolitische karakter van Amsterdam.
De meeste jongeren hebben naast banden met Amsterdam en Nederland ook banden met het geboorteland van de ouders. Niet bij alle jongeren zijn die banden aanwezig of even sterk. Ze zijn het sterkst bij de jongeren van Turkse afkomst zijn: zij spreken vaker de taal, en volgen de media en de politieke situatie in Turkije. Het hebben van sterke banden met het geboorteland van de ouders betekent echter niet dat de banden met Nederland of Amsterdam minder sterk zijn.
Met de labels die de jongvolwassenen zelf gebruiken benadrukken ze de diversiteit, zij zien zichzelf bijvoorbeeld als Marokkaanse Amsterdammer of als Turkse Nederlander. Deze diversiteit is voor hen belangrijk. Grote containerbegrippen zoals 'allochtoon' en 'autochtoon' moeten worden vermeden, concluderen Van der Welle en Mamadouh. Het label allochtoon scheert teveel over één kam en doet zo te kort aan de diversiteit. Bovendien zorgt het label 'allochtoon' voor associaties met achterstand en problemen.
Bron: Universiteit van Amsterdam









