Leerkrachten in het basisonderwijs beoordelen jongens beduidend zwakker op werkhouding en sociaal gedrag. In groep 8 is dat verschil groter dan in groep 2. Dat blijkt uit onderzoek van Annemarie van Langen en Geert Driessen van onderzoeksinstituut ITS Nijmegen, verbonden aan de Radboud Universiteit, in opdracht van het ministerie van OCW.
Jongens presteren even goed als meisjes
Volgens de onderzoekers is er geen sprake van een systematische prestatieachterstand van jongens; noch in het primair onderwijs, noch in de eerste vier jaar van het voortgezet onderwijs. Er zijn verschillen in prestaties, maar die zijn tamelijk klein en bovendien wisselend in het voordeel van de meisjes (bij taal en lezen) of van de jongens (bij rekenen/wiskunde).
Tóch verloopt hun schoolcarrière minder gunstig
De schoolloopbanen van jongens verlopen in veel opzichten wèl minder gunstig dan die van meisjes. Veel meer jongens gaan naar het speciaal onderwijs en in het voorgezet onderwijs zitten jongens minder vaak in de hogere schooltypes dan meisjes. Met name in de tweede helft van het voortgezet onderwijs wordt het lastiger voor jongens: ze doubleren vaker dan meisjes, ze stromen vaker tussentijds af naar een lager schooltype, of vallen voortijdig uit als schoolverlater.
Seksegescheiden onderwijs of meer mannen voor de klas
De onderzoekers wijzen op enkele interventies en maatregelen die in en buiten Nederland worden ontwikkeld om de achterstand van jongens tegen te gaan. Bijvoorbeeld pedagogisch-didactische maatregelen, zoals nieuwe onderwijsstrategieën van docenten die beter aansluiten bij de (veronderstelde) specifieke behoeften van jongens aan meer competitie, beweging en practicum. Andere interventies die genoemd worden zijn programma's om het zelfbeeld van jongens te verhogen of hun antischool-houding te keren en organisatorische maatregelen, zoals seksegescheiden onderwijs of meer mannelijke docenten in het onderwijs.









