De verantwoordelijkheid voor de hulp aan jongeren gaat per 1 januari 2015 van het Rijk naar de gemeenten. Het kabinet denkt dat met een heldere lokale regie minder vaak zwaardere zorg zal hoeven te worden verleend. Ook verwacht het efficiencywinst door het bundelen van verschillende geldstromen. Eén gezin, één plan, één verantwoordelijke hulpverlener. Dat is voor VVD'er Van der Burg de essentie van de nieuwe wet. Daar hoort volgens haar gemeentelijke beleidsvrijheid bij. Ypma (PvdA) denkt dat gemeenten ervoor kunnen zorgen dat kwetsbare kinderen sneller de juiste hulp krijgen.
Wordt de wet te snel ingevoerd?
Gemeenten zijn niet goed voorbereid op de decentralisatie, zegt Leijten (SP). PVV'er Agema bevestigt dat. Zij wijst erop dat veel gemeenten nog geen transitie-arrangement hebben. Daarin moeten gemeenten afspraken maken met zorgaanbieders en financiers in hun regio. Er moet in ieder geval meer financiële duidelijkheid voor de gemeenten komen, meent CDA'er Keijzer. Duidelijkheid is goed, vindt ook Voortman (GroenLinks), maar de bezuiniging op het gemeentelijk budget is volgens haar een bedreiging voor het succes van de decentralisatie. Van Rijn zegt toe dat het "zorgvuldige en ambitieuze invoeringsproces" steeds wordt gemonitord en waar nodig bijgestuurd.
Gemeenten garanderen aanbod jeugd-ggz
Leijten pleit voor een heldere regeling voor de doorverwijzing: alleen huisarts, jeugdarts, medisch specialist en jeugdhulpverlener moeten jongeren kunnen doorverwijzen. Zij heeft er moeite mee dat gemeenten via het contracteren van zorg bepalen wat passende zorg is. Nee, de arts is "volledig autonoom" in het doorverwijzen, zegt Van der Burg. Ook Bergkamp (D66) vindt dat artsen rechtstreeks moeten kunnen doorverwijzen. Vrijheid in de keuze van behandeling moet daarbij het uitgangspunt zijn, zegt Keijzer. Met Ypma benadrukt Van Rijn het belang van goede afspraken tussen gemeenten en zorgverzekeraars: geen onderbehandeling, geen overbehandeling.
Behoud van professionals in de jeugdzorg onderstreept
Een nieuwe zorgaanbieder moet verplicht zijn om het personeel van de vorige over te nemen, vinden Leijten en Voortman. En als het werk verandert en het personeel niet zomaar kan overgaan, moet er een goed sociaal plan zijn. Een algemene overnameplicht is niet mogelijk, meent Van Rijn, maar gemeenten zijn verplicht erop toe te zien dat zorgaanbieders overleg plegen over het personeel en het behoud van deskundigheid. Bovendien hebben de partijen in het zorgakkoord een uiterste inspanning toegezegd om gedwongen ontslagen te voorkomen.
Steun voor familiegroepsplan en mantelzorgers
Voordewind (ChristenUnie) is blij met de positieve reactie van de bewindslieden op zijn voorstel voor een familiegroepsplan. Hij vindt het belangrijk dat de hulp in eerste instantie in het eigen netwerk wordt gezocht. Met het plan komt volgens hem een belangrijk deel van de beslissingen over de hulpverlening terug bij de ouders en het netwerk van de jongere. SGP'er Bisschop dankt Van Rijn voor "zijn krijgshaftig optreden" ten behoeve van mantelzorgers. Er moet wel op worden gelet dat ander beleid, bijvoorbeeld rond belastingen, die inzet niet tenietdoen, zo voegt hij eraan toe.
De Kamer sprak eerder op 9 en 10 oktober over het wetsvoorstel. Zij stemt op 17 oktober over het wetsvoorstel en de moties die bij het debat zijn ingediend.
Bron: Tweede Kamer.









