Wat maakt een pedagogische wijk urgent?
Het vraagstuk houdt me al heel lang bezig. Ik ben geïnspireerd door de manier waarop ikzelf ben grootgebracht, om de betrokkenheid van ouders, om de hulptroepen die zij kregen vanuit de omgeving, en om de manier waarop sociale controle en gezag hand in hand kunnen gaan. De uitdaging is daarbij: waar vind je de balans? Want sociale controle kan doorschieten in een cultuur waarin mensen voor elkaar bepalen hoe ze moeten leven: ‘Waarom was je zondag niet in de kerk, vrijdag niet in de moskee, waarom draag je geen hoofddoek, het is ramadan – waarom eet je?’ Dat is verstikkend. Maar ook individualisering kan doorschieten: dat we ophouden naar elkaar om te kijken. Als ik door Arnhem loop en een veel te jonge jongen met een vape zie, spreek ik hem aan. Niet omdat ik politieman of burgemeester ben, maar medeburger; hij had mijn kind kunnen zijn. Hij hoort niet te vapen. En ja, soms pak ik die vape af, met alle risico’s van dien. Ik vind dat we elkaar mogen aanspreken. Dat is onderdeel van ‘preventie met gezag’.
Preventie met gezag?
Ja, die term laat zien dat preventie geen kwestie van ‘pappen en nathouden’ is, maar ‘tanden’ moet hebben. Mijn jongerenwerkers moeten normeren en rolmodellen zijn: niet roken, letten op taalgebruik, de namen van de kinderen kennen, weten wie hun ouders zijn en waar ze naar school gaan. Pedagogiek is geen panklaar recept. Het vraagt levenswijsheid, geduld, inspireren, liefdevolle coaching, begrenzing, en soms stevig inzetten op preventie.
Lees hier het artikel of de complete PIP via Pedagogiek Digitaal of word abonnee.











