Pedagogiek
in praktijk

'Ik ben er wel, maar ze zien me niet'

Kinderen die 'illegaal' in Nederland verblijven vormen een kwetsbare groep. Zij verkeren in voortdurende onzekerheid over hun toekomst. Volgens het kinderrechtenverdrag hebben deze kinderen recht op onderwijs, zorg, rechtsbijstand en een minimale levensstandaard, maar uit onderzoek van Defence for Children International (DCI) blijkt dat het hen daar in de praktijk vaak aan ontbreekt. Linda Gerritse schetst de leefsituatie van deze kinderen en de problemen waarmee zij worstelen.


Kinderen die 'illegaal' in Nederland verblijven vormen een kwetsbare groep. Zij verkeren in voortdurende onzekerheid over hun toekomst. Volgens het kinderrechtenverdrag hebben deze kinderen recht op onderwijs, zorg, rechtsbijstand en een minimale levensstandaard, maar uit onderzoek van Defence for Children International (DCI) blijkt dat het hen daar in de praktijk vaak aan ontbreekt. Linda Gerritse schetst de leefsituatie van deze kinderen en de problemen waarmee zij worstelen.

'Je maakt plannen voor de toekomst, maar die toekomst heb je hier misschien niet eens en dat doet pijn…. Op een dag kan het gewoon zijn dat ze je pakken en zeggen dat je weg moet. Maar ik zou dat echt niet kunnen accepteren. Elf jaar woon ik hier al. Ik zou alles opnieuw moeten leren in Turkije, omdat ik de taal niet meer spreek.' (Karim, zeventien jaar)

Volgens de officiële statistieken bestaan 'illegale' kinderen niet, maar schattingen wijzen uit dat tussen de tien- en dertigduizend kinderen zonder verblijfsvergunning in Nederland wonen.[1] Een groot aantal kinderen is in Nederland geboren, of woont hier al zo lang dat zij de taal van het herkomstland niet (meer) spreken en zich hier ingeburgerd voelen.[2] Volgens de wet hebben 'illegale' kinderen net als andere kinderen recht op onderwijs, op medisch noodzakelijke zorg en op de benodigde jeugdzorg. De rechten uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind - dat Nederland in 1995 ondertekende - zijn van toepassing op alle kinderen, dus ook op 'illegale' kinderen.
Defence for Children International (DCI) heeft een onderzoek uitgevoerd naar de ervaringen en belevingswereld van 'illegale' kinderen. [3] Hierin werden 55 kinderen aan het woord gelaten over hun woonsituatie en gezondheid, of ze naar school gaan, wat ze in hun vrije tijd doen en hoe ze over hun toekomst denken. De achtergronden en leefsituatie van 'illegale' kinderen lopen sterk uiteen. Sommigen zijn als vluchteling naar Nederland gekomen en zijn afgewezen in de asielprocedure. Anderen hebben geen verblijfsvergunning, omdat hun ouders als (arbeids)migrant geen vergunning hebben aangevraagd of hiervoor niet in aanmerking kwamen. En er zijn kinderen die naar Nederland verhandeld of gesmokkeld zijn en bijvoorbeeld worden uitgebuit in de horeca of prostitutie.
Veel illegale migranten en uitgeprocedeerde asielzoekers kunnen niet terug naar hun land van herkomst, omdat dit land hen weigert te ontvangen. Anderen willen niet terugkeren, omdat zij vrezen voor vervolging of geen toekomst zien voor zichzelf (en hun kinderen) in hun herkomstland.

Bouschra
Bouschra is een meisje van acht jaar en is vier jaar geleden met haar moeder vanuit Turkije naar Nederland gevlucht. De moeder van Bouschra is Koerdisch en is gevlucht omdat ze voor haar leven vreesde, nadat haar man bij gevechten tussen Turken en Koerden is omgekomen. Na de afwijzing van het eerste asielverzoek zijn Bouschra en haar moeder uit de asielopvang gezet. Teruggaan naar Turkije durft Bouschra's moeder niet. Ze wonen dan weer eens bij de ene kennis, dan weer bij de andere. Hierdoor heeft Bouschra al verschillende keren van school moeten wisselen, waardoor ze steeds opnieuw afscheid moet nemen van vriendinnetjes. Ze heeft veel last van buikpijn en is steeds erg moe. Zowel Bouschra als haar moeder zijn onder behandeling bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg.

Leefsituatie

Net als Bouschra kampen veel 'illegale' kinderen met psychosomatische klachten, zoals vermoeidheid, buikpijn en hoofdpijn. De klachten worden (deels) veroorzaakt of versterkt door de voortdurende onzekerheid over de toekomst, door ingrijpende gebeurtenissen en de slechte huisvestingssituatie. 'Illegale' gezinnen wonen vaak met te veel personen in een te kleine woonruimte, waardoor zij geen privacy hebben. Voor de kinderen is er geen eigen plek om te spelen, hun huiswerk te maken en op tijd naar bed te gaan. Veel 'illegale' kinderen verhuizen vaak, omdat zij maar korte tijd op één plek bij familie, vrienden of in particuliere opvangvoorzieningen kunnen blijven. Sommigen houden uit zelfbescherming op zich te hechten aan de woonplek, de school en vrienden, waardoor het risico bestaat dat zij in een isolement terechtkomen. Zo vertelt de vijftienjarige Victoriya, afkomstig uit Oekraïne en zeven jaar in Nederland: 'Ik wil wel graag vrienden, maar als ik vriendschap met iemand maak, dan ga ik vaak weer weg, verhuizen. We hebben één jaar dan weer in die stad, dan weer in dat dorp gewoond. Daarom wil ik ook niet zoveel vrienden hebben.'
Er zijn ook kinderen die (tijdelijk) ondergedoken zitten, op straat of in de zwerfopvang verblijven. Daarnaast zitten er momenteel naar schatting vijftig kinderen in vreemdelingenbewaring, in afwachting van de uitzetting naar het herkomstland. De ervaringen van het leven op straat of in een detentiecentrum zijn zeer ingrijpend voor jeugdigen. Overigens hebben niet alle 'illegale' kinderen te maken met een slechte huisvestingssituatie. Er zijn kinderen die 'illegaal' in Nederland verblijven, maar van wie de ouder(s) wel een verblijfsvergunning hebben en over een normale woonruimte beschikken.

Rechten

Mensen zonder verblijfsstatus hebben geen recht op maatschappelijke voorzieningen, zoals huurtoeslag of sociale bijstand. Zij hebben wel recht op medisch noodzakelijke zorg, zorg rondom zwangerschap en geboorte en op rechtsbijstand. 'Illegale' minderjarigen hebben ook recht op preventieve jeugdgezondheidszorg en vallen tot zestien jaar onder de Leerplichtwet. Zij kunnen tot hun achttiende aan een opleiding beginnen, die ze mogen afmaken, tenzij ze tussentijds Nederland worden uitgezet. In het kinderrechtenverdrag is vastgelegd dat alle kinderen recht hebben op onderwijs (artikel 28). In dit verdrag staat ook dat alle kinderen recht hebben op de best mogelijke gezondheid en gezondheidszorg (artikel 24) en op een minimale levenstandaard (artikel 27).[4]
Volgens de Wet op de jeugdzorg kunnen 'illegale' kinderen, net als andere kinderen, een beroep doen op de jeugdzorg. Er wordt wel een beperking gesteld aan het geven van een pleegzorgindicatie. Dit is alleen mogelijk als verblijf bij een pleegouder in het belang van de ontwikkeling van het kind geboden is. Deze beperking is opmerkelijk, omdat voor elk kind geldt dat het alleen in een pleeggezin wordt geplaatst, als dit in zijn of haar belang is. Verder moet de jeugdzorg bij het bereiken van de achttienjarige leeftijd direct stoppen en hebben de ouders van 'illegale' kinderen geen recht op jeugdzorg. [5] DCI vindt dat deze beperkingen in strijd zijn met het kinderrechtenverdrag, waarin staat dat er geen onderscheid mag worden gemaakt tussen kinderen (artikel 2).

Onderwijs in de knel

Het komt geregeld voor dat 'illegale' kinderen niet naar school gaan, ondanks hun leerplicht. Sommige ouders weten niet dat hun kinderen naar school mogen of kunnen de kosten van studieboeken en schoolreisjes niet opbrengen. Er zijn ook ouders die uit angst voor onthulling van de illegale verblijfsstatus hun kinderen niet naar school laten gaan. Verder bestaat het risico dat kinderen door de vele verhuizingen een onderwijsachterstand oplopen. Exemplarisch zijn de ervaringen van de negenjarige Aleksandar, wiens ouders afkomstig zijn uit Servië, maar zelf in Nederland geboren is: 'Ik zit nu in groep vier, maar eigenlijk moet ik in groep zes zitten. Maar eerst naar die school, dan weer in Groningen, dan naar hier, dan naar daar. Veel scholen, weet je wel. Ik heb geen één school afgemaakt, dus ik moet het nog een keer afmaken.'
Uit eerder onderzoek van DCI blijkt dat niet alle scholen weten dat 'illegale' kinderen onderwijs mogen volgen. Ook zijn er scholen die problemen hebben met de bekostiging van het onderwijs aan deze kinderen. Vaak is het moeilijk om een externe stage te regelen voor een leerling zonder verblijfsvergunning, omdat stagebedrijven als voorwaarde stellen dat stagiaires verzekerd zijn tegen ziektekosten. Verder komt het voor dat 'illegale' leerlingen geen diploma ontvangen, doordat ze niet in de Gemeentelijke Basis Administratie voorkomen. Door deze knelpunten is het recht op onderwijs voor 'illegale' leerlingen niet gewaarborgd, wat in strijd is met de Leerplichtwet én met het kinderrechtenverdrag. [6]

Knelpunten in de zorg

'Illegale' kinderen kunnen zich niet verzekeren tegen ziektekosten en hun ouders zijn vaak niet in staat om de doktersrekeningen te betalen. Hierdoor wachten ouders zonder verblijfsstatus vaak (te) lang voordat ze hun kinderen meenemen naar een arts. Het twaalfjarige Palestijnse meisje Yasmin, die al zeven jaar in Nederland woont vertelt: 'Een keer had ik erge keelpijn. Toen kon ik niet naar de dokter, want we moesten van de dokters betalen en we hadden toen geen geld.'
Hulpverleners in de eerstelijnsgezondheidszorg, zoals huisartsen, apothekers en verloskundigen kunnen onder bepaalde voorwaarden een tegemoetkoming krijgen van het zogenaamde Koppelingsfonds. [7] Tweedelijnsvoorzieningen, zoals de jeugd-geestelijke gezondheidszorg en de zorg voor verstandelijk gehandicapte kinderen kunnen geen beroep doen op het Koppelingsfonds. Uit een recent onderzoek van DCI naar jeugdzorg voor 'illegale' kinderen blijkt dat zij hierdoor soms geen toegang hebben tot de jeugd-ggz en de verstandelijk gehandicaptenzorg. [8] Bovendien weten niet alle 'illegale' kinderen en hun ouders dat zij een beroep kunnen doen op de jeugdzorg. Ook zorgaanbieders zijn onvoldoende op de hoogte van de rechten van 'illegale' kinderen. Verder kwam in het onderzoek naar voren dat het jeugdzorgaanbod onvoldoende aansluit op de hulpbehoeften van 'illegale' kinderen. Er is bijvoorbeeld een nijpend tekort aan basale voorzieningen voor kinderen zonder dak boven hun hoofd.

Wat willen 'illegale' kinderen?

De meeste 'illegale' kinderen zijn wat hun toekomstperspectief betreft het meest georiënteerd op Nederland. Ze voelen zich hier vrij en veilig, hebben hier hun vrienden en weten niet wat ze in het herkomstland zouden moeten beginnen. Ze willen het liefst een 'normaal leven' leiden, dat wil zeggen: een leven zoals hun leeftijdsgenootjes met een verblijfsvergunning. Kinderen die in onzekerheid verkeren over hun toekomst willen zo gauw mogelijk duidelijkheid krijgen of ze wel of niet in Nederland mogen blijven. Vaak denken hulpverleners dat zij 'illegale' kinderen niet kunnen helpen, omdat de hulpverlening hun belangrijkste hulpvraag niet kan oplossen, namelijk het regelen van een verblijfsvergunning. Dit betekent echter niet dat de jeugdzorg niets voor deze kinderen kan doen. 'Illegale' kinderen kunnen bijvoorbeeld geholpen worden bij het leren omgaan met hun angsten en onzekerheid omtrent hun verblijfsstatus, of bij het tegengaan van hun slaapproblemen.
DCI pleit ervoor dat in de dagelijkse praktijk, en met name die van het onderwijs en de jeugdzorg, het belang van ieder kind centraal staat, ongeacht zijn of haar verblijfsstatus.

Om privacyredenen zijn de namen in dit artikel gefingeerd.

Linda Gerritse werkte bij Defence for Children International. Nu is zij werkzaam als beleidsmedewerker bij Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam.


Noten
1. We plaatsen de term 'illegaal' tussen aanhalingstekens om aan te geven dat kinderen, ongeacht hun nationaliteit en het land waarin zij verblijven, zelfstandige rechten hebben, die zijn vastgelegd in het kinderrechtenverdrag. We spreken ook van kinderen zonder verblijfsstatus.
2. Kinderen die in Nederland zijn geboren krijgen niet automatisch een verblijfsvergunning of de Nederlandse nationaliteit.
3. Braat, K. (2004). Ik ben er wel, maar ze zien me niet. Ervaringen van 'illegale' kinderen in Nederland. Amsterdam: DCI.
4. Zie ook www.kinderrechten.nl
5. Nota van toelichting bij het uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg, Staatsblad 2004, 703
6. Bommeljé, S. & K. Braat (2002). Tussen recht en realiteit. Een oriënterende studie naar 'illegale' kinderen in het Nederlandse onderwijs. Amsterdam: DCI, i.s.m. met Stichting Cordaid.
7. Het Koppelingsfonds is ondergebracht bij Stichting Koppeling.
8. Gerritse, L. (2006). Jeugdzorg voor 'illegale' kinderen. Een rapport over de toegankelijkheid en de werkwijze van de Bureaus Jeugdzorg in de hulp aan en bescherming van 'illegale' kinderen. Amsterdam: DCI.



Naar homepage