Jongeren die wel integreren in de Nederlandse samenleving hebben last van discriminatie. Dit heeft een negatieve invloed op hun psychosociaal functioneren. Dit concludeert socioloog Carmen Paalman die onderzoek deed onder Nederlands- Marokkaanse jongeren bij de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie van VUmc. Zij promoveert op 20 september bij VU medisch centrum.
De Marokkaanse gemeenschap wordt gekenmerkt door sociale achterstand, wat blijkt uit de hoge percentages Marokkanen in statistieken over achterstandswijken, armoede, slechte scholing en lage kansen op de arbeidsmarkt. Daarbij laten politiecijfers zien dat Nederlands-Marokkaanse jongeren oververtegenwoordigd zijn in de jeugdcriminaliteit. Leerkrachten melden vaker probleemgedrag van Nederlands-Marokkaanse jongeren dan van andere jongeren.
Carmen Paalman deed onderzoek naar het ontwikkelen van gedragsproblemen bij Nederlands-Marokkaanse jongeren. Zij vond dat deze groep veel risicofactoren heeft voor het ontwikkelen van deze problemen. De hulpvraag van deze jongeren is vergelijkbaar met die van Nederlandse jongeren echter de manier waarop de hulp wordt aangeboden sluit onvoldoende aan. Het is een uitdaging voor de instanties om deze jongeren te identificeren en hen te bereiken voordat problemen escaleren.
Paalman vond dat jongeren die integratie nastreven meer negatieve effecten van discriminatie ondervinden."Zelfvertrouwen kan als buffer dienen voor deze negatieve effecten. Echter de huidige achtergestelde sociale positie, het politieke klimaat, het repressieve beleid en de beperkte scholingsmogelijkheden zullen niet bijdragen aan het zelfvertrouwen van Nederlands-Marokkaanse jongeren. Het tijdig herkennen van problemen, het aanbieden van toegankelijke en gepaste zorg en het scheppen van mogelijkheden in het onderwijs en op de arbeidsmarkt biedt deze jongeren de ondersteuning die zij nodig hebben."
Bron: VUmc.nl









