
Het boek leest niet als een methode maar als een verkenning. De auteurs vatten lesgeven op als een menselijke praktijk in het domein van het veranderlijke – niet stuurbaar als een machine, maar een kwestie van oordeel, timing en relatie. Daartegenover staat een meetcultuur waarin leerlingen ‘wandelende hoofden’ worden en onderwijs een zaak van recepten. Het boek beweegt tussen het ambachtelijke en het kunstzinnige, en houdt vast dat lesgeven zich afspeelt in het echte leven – met mensen die iets willen en kunnen, en die daarin even vrij als begrensd zijn. De leraar is geen kunstenaar, maar telkens blijkt hoeveel onderwijs en kunst delen.
Die verkenning krijgt vorm in twee soorten teksten. De zes langere hoofdstukken vormen de systematische laag: ze bieden taal en begrippen om naar het ambachtelijke en kunstzinnige te kijken, en gaan zo óver teacher artistry. De kortere intermezzo’s – voortgekomen uit de try-outs – zijn impressionistischer: ze doen verslag van wat de auteurs ervoeren toen ze hun ideeën voor hun hoofdstukken opvoerden, en laten ervaren in plaats van uitleggen.
Zo spiegelt de vorm de inhoud: het boek betoogt niet alleen dat lesgeven ambacht én kunst is, het zoekt daar ook een passende vorm voor. Daarmee is het boek meer een uitnodiging dan een betoog – een beeld dat erin letterlijk terugkomt: een zevenhoekige tafel waar de zes auteurs met hun teksten zitten, met een stoel vrij voor de lezer om aan te schuiven.
Op 2 april 2026 werd die vrije stoel een echte gast. Tijdens een middag aan Hogeschool Leiden, onder de noemer van ‘het doen en delen van praktijken’, nodigde elk van de auteurs iemand uit om de eigen praktijk van teacher artistry te laten zien. Ik was een van die gasten, uitgenodigd door Hanke Drop. Ze vroeg of ik de groep misschien iets kon laten ervaren. Die vraag stelde ze aan mij – een eer. Op zo'n vraag kun je alleen zelf antwoorden, en dat deed ik op de manier die bij me past: als kunstenaar, leraar en pedagoog, met volle overgave.
Het artikel volgt de gang van het initiatief. De eerste vier delen beschrijven hoe het verliep: het idee en de voorbereiding, de bijeenkomst zelf, het nagesprek, en de brieven die terugkwamen. Daarna volgen de duiding en een beschouwing.
Lees het hele artikel via pedagogiekdigitaal.nl








