Pedagogiek
in praktijk

Het pleeggezin als ideale oplossing?

In de pleegzorg gaat het erom een gezin te vinden dat past bij het pleegkind. Als die match is gevonden, is de kans groot dat de plaatsing tot een succes leidt. Er zijn echter veel verschillende pleegkinderen. Elk pleegkind is in zekere zin uniek. Dat betekent dat er ook veel verschillende pleeggezinnen nodig zijn. Tegen die achtergrond is het zoeken naar een ideale match een bijna onmogelijke opgaaf.
Het pleeggezin als ideale oplossing?

Maar dat betekent niet dat er binnen de pleegzorg geen indicaties zijn te vinden voor een ideaal pleeggezin. Zowel in de praktijk van de pleegzorg als in wetenschappelijk onderzoek naar het functioneren van pleeggezinnen, zijn veel basiskenmerken en eisen te vinden waaraan een pleeggezin moet voldoen.

Ook de aard van de situatie waarin het pleegkind verkeert, speelt een rol in het vinden van het meest geschikte pleeggezin. Er moet een ‘match’ zijn tussen de kwaliteiten van het pleeggezin en de problematiek van het pleegkind. Dat vergt specifieke kenmerken van het beoogde pleeggezin. Het vinden van geschikte pleeggezinnen is niet eenvoudig. Dat blijkt ook uit het volgende:

Veel aspirant-pleeggezinnen vallen af
Jaarlijks melden zich veel meer gezinnen aan dan uiteindelijk goed worden bevonden. Zo waren er in 2021 om precies te zijn 9.244 pleeggezinnen die om nadere informatie hebben gevraagd, terwijl in dat jaar 2.297 ouders als pleegouders zijn geaccepteerd. Veel aspirant-pleeggezinnen vallen af, waardoor de vraag naar pleeggezinnen niet gedekt wordt.

 
 
 

 


Elk jaar wachten 700 tot 1000 kinderen op een voor hen geschikt pleeggezin, terwijl anderzijds meer dan 500 pleegouders wachtten op een kind dat in hun gezin past. Het zijn vooral de meer problematische kinderen die langer moeten wachten De gemiddelde wachttijd voor een pleegkind is ongeveer 9 weken. Er bevinden zich nu 21.705 kinderen in pleeggezinnen. Dat getal is de laatste jaren redelijk stabiel gebleven. Het aantal pleeggezinnen houdt daarmee gelijke tred en bedraagt nu 16.608. In het jaar 2000 waren er aanzienlijk minder pleegkinderen: 11.646.

We kunnen hier nog aan toevoegen dat de gemiddelde verblijfduur ongeveer 29 maanden bedraagt. Er bestaat echter veel spreiding. Zo verblijft een kwart van de pleegkinderen langer dan twee jaar in hun pleeggezin, terwijl een derde van de pleegkinderen korter dan drie maanden in hun pleeggezin blijft wonen.

 

 

 

 


Selectiecriteria
Formeel moeten pleegouders aan de volgende verplichte criteria voldoen:
  • Eén van de pleegouders is ten minste 21 jaar.
  • Het gezin heeft een verklaring van geen bezwaar van de Raad voor de Kinderbescherming.
  • Het gezin is geschikt in de ogen van de pleegzorginstelling.
  • De pleegouders zijn bereid zich te laten begeleiden door de pleegzorginstelling.
Deze criteria worden in de praktijk aangevuld met andere kenmerken. Zo heeft Strijker (2009) als criteria genoemd:
  • openheid, duidelijkheid en tolerantie in het contact;
  • het delen van het pleegouderschap (kunnen omgaan met biologische ouders);
  • kinderen kunnen helpen een positieve kijk op zichzelf te ontwikkelen;
  • kinderen kunnen helpen hun gedrag te veranderen zonder ze lichamelijk te
  • straffen;
  • inschatten van de uitwerking die het pleegouderschap op het eigen gezin heeft.

 Pleegzorg Nederland hanteert de volgende selectiecriteria:

  • open, positief en duidelijk in contact met anderen;
  • goed kunnen samenwerken en het opvoederschap kunnen delen met de biologische ouders;
  • een kind helpen om positief naar zichzelf te kijken;
  • een kind helpen om negatief gedrag te veranderen;
  • goed kunnen inschatten hoe het pleegouderschap je situatie verandert;
  • een kind een stabiele en veilige omgeving kunnen bieden.


 

 

 


Een pleeggezin behoort een veilige, stabiele, stimulerende en affectieve omgeving te bieden waarin het kind zich sociaal, emotioneel en cognitief kan ontwikkelen. Onderzoek heeft tal van gezinskenmerken opgeleverd die dat bevorderen, zoals flexibiliteit, stabiliteit, responsiviteit, betrokkenheid, tolerantie, incasseringsvermogen, transparantie, het rekening kunnen houden met het problematische verleden van het pleegkind en in staat zijn relaties met pleegzorgwerkers en biologische ouders of familie goed te hanteren.

Opvoedingsstijl als basiskenmerk
Als basiskenmerk van een toekomstig pleeggezin wordt vooral de wijze van opvoeden gezien. Hoe gaan de aspirant-pleegouders om met hun kinderen? In het algemeen wordt een ‘autoritatieve’ opvoedingsstijl als het meest wenselijk beschouwd. Ouders die deze democratische stijl hanteren, bieden warmte en structuur. Kenmerkend voor deze manier van opvoeden is onder meer dat ouders redelijke eisen en grenzen stellen, communiceren met het kind en uitleg geven.
De belangrijkste kenmerken van een autoritatieve opvoeding zijn onder te brengen in de volgende drie categorieën:
  • responsiviteit (gevoeligheid voor signalen en behoeften van het kind);
  • communicatie (luisteren, vertrouwen geven, hanteren van conflicten);
  • organisatie (gezinsstructuur, verdeling taken, aanpakken van problemen).

Mancinelli et al. (2021) stelden in hun onderzoek vast dat een autoritatieve opvoedingsstijl een sterke voorspeller is van een positieve ontwikkeling van het pleegkind. In deze gezinnen bleken de pleegouders niet gebukt te gaan onder de last van een pleegkind in huis en raakten zij niet gestrest bij tegenslagen.

Haaks op deze opvoedingsstijl staat de ‘autoritaire stijl’ van opvoeden, waarin veel regels en straf voorkomen en weinig communicatie met de kinderen plaatsvindt. 
 
Ook een ‘permissieve opvoedingsstijl’ vormt een contra-indicatie.


Naar homepage