Pedagogiek
in praktijk

Grootouderschap leeft!

In weerwil van alle weemoedige verhalen over wegvallende familieverbanden is het grootouderschap springlevend. Onderzoek wijst uit dat opa's en oma's meer tijd met hun kleinkinderen doorbrengen dan vroeger en deze rol langer vervullen. Maar wie zijn deze grootouders? Levenslooppsycholoog Nelleke Rögels beschrijft de uiteenlopende manieren waarop hedendaagse opa's en oma's hun grootouderrol invullen en belicht de omstandigheden die daarop van grote invloed zijn.
Van pleziermakers tot surrogaatouders

De rol van grootouder wordt door opa's en oma's in de praktijk zeer verschillend ingevuld. Volgens Rögels zijn de rollen die hedendaagse grootouders vervullen onder te verdelen in vijf groepen. Ten eerste zijn er de formele grootouders. Zij hebben een duidelijke afgebakende rol en voelen zich geen opvoeders. Zij volgen hun kleinkinderen met veel interesse aan de zijlijn. Indien nodig nemen zij wel verantwoordelijkheid op zich. Dan zijn er de pleziermakers. Het grootouderschap ervaren zij als mogelijkheid om te genieten van kinderen. Dit geeft hen de gelegenheid om zelf weer een beetje kind te zijn. Zij stellen zich op als speelkameraad voor de kleinkinderen. Dit lijkt momenteel een populaire grootouderrol.
In de derde plaats zijn er grootouders die de rol van de ouders (soms) overnemen: de surrogaatouders. Zij vervangen de ouders. Deze rol wordt in Nederland relatief weinig uitgeoefend. Ten vierde onderscheidt Rögels het grootouderschap als bron van familiewijsheid: deze grootouders bezitten kennis of kwaliteiten die zij op hun kleinkind willen overdragen. Hierbij valt te denken aan de musicerende grootouder die aan zijn kleinkind de liefde voor muziek tracht over te dragen. Tenslotte zijn er de afstandelijke grootouders: een grootouder die emotioneel en ook vaak geografisch op grote afstand blijft.
Grootouderschap voedt volgens psychologen het besef van 'biologische continuiteit'. Men leeft verder door de kleinkinderen. De meeste grootouders ontlenen aan het grootouderschap dan ook een grote emotionele satisfactie. Kleinkinderen zijn voor hen een bron van geluk, en daardoor wellicht een tegenwicht voor de talrijke verlieservaringen die het leven van sommige oudere volwassenen tekent. Dat grootouderschap wel veel ouderen de mogelijkheid biedt om het leven zin en inhoud te geven. Dat het een van de mogelijkheden is om ons als mens te ontplooien. Het is daarom voor velen een positieve mijlpaal in de levensloop.

(Uit: Nelleke Rögels. Van pleziermakers tot surrogaatouders. Pedagogiek in Praktijk, 11/6. p. 24-27).


Naar homepage