Pedagogiek
in praktijk

Groepsmening bepaalt vriendschappen

Vriendschap wordt vaak gezien als een vrijwillige keuze, maar dat is maar deels waar. Als twee jongeren elkaar in groepsverband ontmoeten, vormt de groep razendsnel een beeld over de overeenkomsten tussen de twee. Dit groepsbeeld bepaalt sterk of de twee ook vrienden zullen worden, onafhankelijk van het beeld dat de jongeren zelf van elkaar hebben. Dat concludeert psycholoog Maarten Selfhout van de Universiteit Utrecht met collega-onderzoekers.


Jongeren ontmoeten elkaar meestal in groepsverband, zoals tijdens het uitgaan of op school. Ze zijn zich erg bewust van het beeld dat de groep van hen heeft gevormd en passen hun gedrag daarop aan. Als de groep vindt dat de nieuwe groepsleden op elkaar lijken, dan zoeken deze jongeren ook meer contact met elkaar. ‘Het is daarbij nauwelijks van belang of ze ook werkelijk op elkaar lijken’, aldus psycholoog Maarten Selfhout.

Al direct bij de eerste ontmoeting wordt een indruk van de persoonlijkheid van de ander gevormd die hardnekkiger is dan de werkelijkheid. Daarbij is het beeld van de groep minstens zo belangrijk als het beeld wat de betrokkenen individueel van elkaar hebben. Selfhout: ‘Vooral in de eerste vier maanden is de invloed van het groepsbeeld groot in het ontstaan van nieuwe vriendschappen. Zelfs als jongeren tijdens deze periode ontdekken dat ze eigenlijk niet op elkaar lijken.’ Het beeld dat jongeren van anderen vormen, komt dus maar gedeeltelijk overeen met de echte persoonlijkheid van deze jongeren. En dit ‘groepsbeeld’ blijkt wel meer van invloed op de keuzes van vrienden te zijn.

Dit zijn de eerste resultaten van een longitudinaal onderzoek aan de Universiteit Utrecht naar de ontwikkelingen in de vriendschappen van ruim tweehonderd studenten. Eerstejaarsstudenten vulden vragenlijsten in over hun eigen persoonlijkheid en die van hun groepsgenoten.

Bron: Universiteit Utrecht



Naar homepage