De auteurs introduceren in hun boek de term 'geadopteerden van kleur'. In culturele zin zijn deze geadopteerden Nederlands: ze groeien hier op, in een wit gezin. Maar door hun etnische achtergrond en huidskleur zijn ze toch zichtbaar anders, en zo voelen zij zich ook: Nederlands, maar niet wit, gekleurd maar toch Nederlands. Geadopteerden die interetnisch geadopteerd zijn maken een individuele worsteling door, door deze spanning tussen aanpassing en anderszijn.
De auteurs interviewden tien volwassen geadopteerden van kleur. Alle geïnterviewden gaven aan dezelfde dubbele ervaringen te hebben. Aandacht voor deze ervaringen is van invloed op het ontwikkelen van een positieve kijk op hun meervoudige etnische achtergrond, zo stellen Wekker en haar medeauteurs. De interviews bieden nieuwe inzichten in de rol die etniciteit speelt voor specifieke ervaringen van anderszijn en discriminatie, waarover geadopteerden vertellen. Zo speelde hun etnische herkomst bij hun families schijnbaar geen wezenlijke rol en was geen onderwerp van gesprek. Hun kleur werd niet gezien als anders of afwijkend, maar tegelijkertijd werden zij door hun omgeving regelmatig geconfronteerd met aannames en vooroordelen over hun zichtbaar anderszijn. De tegenstrijdige boodschappen die geadopteerden ontvangen hebben een diepgaand effect op hun zelfbeeld. Een geïnterviewde vrouw van Koreaanse afkomst verwoordde dit als volgt: 'Je wordt er steeds aan herinnerd dat mensen je anders zien dan jij jezelf kent.'
De onderzoekers ontwikkelden op basis van de interviews een nieuwe benadering voor het onderzoek naar volwassen geadopteerden. In deze benadering kijken zij naar de invloed van etniciteit, nationaliteit en sekse op de vorming van de eigen identiteit. Onderzoek naar adoptiekinderen richt zich tot nu toe vooral op de psychosociale ontwikkelingsproblematiek. Met de sociale invloeden van etniciteit en kleur wordt nauwelijks rekening gehouden.
Bron: Universiteit Utrecht









