Pedagogiek
in praktijk

En zij die na ons komen

Auteur: Truska Bast
Door: Bas Levering

 

te koop op 6B.nl

Zij die na ons komen

In het boek En zij die na ons komen beschrijft Truska Bast aan de hand van drie Nederlandse families hoe een leven in Nederland in honderd jaar veranderd is. Het levert een kleurrijk tijdsdocument op.

Het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) verzamelt bevolkingsgegevens door de jaren heen over het aangaan van relaties, het krijgen van kinderen, het zoeken van partners, over samenwonen en trouwen, bij elkaar blijven of uit elkaar gaan, het combineren van werk en gezin, de onderlinge hulp van generaties, enzovoort, enzovoort. Het was een mooi idee om ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan de betekenis van dergelijke momenten in mensenlevens op een concretere, meer aansprekende manier te presenteren dan in de vorm van tabellen en statistieken. En zo kreeg de journaliste Truska Bast de opdracht om van vier Nederlandse families een kleine kroniek te schrijven waarin de vragen aan de orde moesten komen die demografen interesseren. Dat bleek geen eenvoudige zaak. Al snel werd besloten om het aantal families tot drie te beperken, maar zelfs toen bleek het niet eenvoudig om vier opeenvolgende generaties binnen één familieverband bereid te vinden om op het eigen leven te reflecteren. Het is natuurlijk nogal wat om jezelf zo te kijk te zetten. Het mag een wonder heten dat slechts één van de drie families achteraf besloot om onder gefingeerde namen te boek te worden gesteld.

Een van de redenen voor de beperking tot drie families was dat wij als lezers door de veelheid van namen de weg weleens zouden kunnen kwijtraken. Dat probleem is met deze beperking de wereld niet uit, vooral niet omdat ervoor gekozen is om de familiegeschiedenissen door elkaar heen te behandelen. In het boek worden alle geïnterviewden chronologisch, op geboortejaar, ten tonele gevoerd. Ze krijgen allen een apart hoofdstuk toebedeeld. In de latere hoofdstukken zien we de vorige generaties ook ouder worden. Het was vele malen overzichtelijker geweest wanneer de drie familiegeschiedenissen naast elkaar waren gezet. Die aanpak had er op het oog natuurlijk minder één boek van gemaakt, maar nu zijn de generatiegenoten eigenlijk ook helemaal geen generatiegenoten. Ko (1908) die de boerenfamilie aanvoert, werd een generatie eerder geboren dan Sien (1928) bij wie het verhaal van de Nederlands-Indische familie begint.

In de derde familie, die van Pieter Coumou, huisarts, (1915) gebeuren volgens mij de meest dramatische dingen, al moet je zo'n vraag misschien helemaal niet stellen. Maar om als ouders je aan alcohol verslaafde zoon op straat te moeten zetten, omdat van hulp bieden zeker geen verbetering te verwachten is, kent wellicht toch geen vergelijk. Het boek van Truska Bast wordt nadrukkelijk in de traditie geplaatst van familiegeschiedenissen zoals geschreven door Judith Koelemeijer (Het zwijgen van Maria Zachea) en Suzanna Jansen (Het pauperparadijs). Er moest zoveel in dit boek dat de interviews meestal opgeschreven zijn als een aaneenschakeling van een aantal korte anekdotes, waardoor de tekst bijna nergens zo meeslepend wordt als die van Koelemeijer en Jansen. Dat zou nog meer het geval geweest zijn als Truska Bast de reductie tot drie verhalen niet had mogen doorvoeren. Dat wil niet zeggen dat we geen goed beeld krijgen van een eeuw maatschappelijke veranderingen waardoor de familiegeschiedenissen worden getekend. Voor de oudere lezer zal er wat dat betreft veel herkenning zijn, voor de jongere lezer legt Truska Bast heel veel uit.

Wat het boek nog eens onthult, is dat heel veel van wat er in gezinnen en families omgaat gewoonlijk voor het oog van de buitenwereld verborgen blijft. Dat is geen spectaculair nieuw gegeven, maar wel heel relevant, omdat dat betekent dat men de samenleving er niet mee lastigvalt en dat is voor het functioneren van die samenleving van cruciaal belang. Als het om de problemen met de opvoeding gaat, komt hulp van buiten pas bij de laatste generatie nadrukkelijker aan de orde. Hoewel we op grond van drie familiegeschiedenissen natuurlijk helemaal geen algemene conclusies mogen trekken lijkt de algemene lijn te zijn dat ouders (zeker moeders) de verantwoordelijkheid voor de kinderen, zodra ze er zijn, ten volle op zich nemen. De jongste generatie ouders laat echter ook graag het een en ander aan de grootouders over. Een wijsheid die je bij veel ouders aantreft, is dat verbieden niet de meest succesvolle aanpak is als ze om welke redenen dan ook bezwaren hebben tegen de kandidaat-levenspartners van hun kinderen. Een beetje meebewegen lijkt het credo en echt ruimte geven, maar ook weer niet al te hard applaudisseren, als het wel een kant opgaat die men wenst. Ook wordt goed zichtbaar dat de oudere generaties zich veel meer door – meest kerkelijk geïnspireerde – waarden gedragen weten, terwijl de jongere generaties het veel meer zelf moeten uitzoeken. Dat is natuurlijk een open deur, maar zo concreet in de loop van echte levens aangereikt, dringt zich toch weer de onmogelijke vraag op welke generatie nu eigenlijk beter af is.

Maar een boek als dit is er natuurlijk vooral voor de bijzondere verhalen, waarvan de lezer inderdaad geen weet had of waarvan hij al weer vergeten is dat het er zo toe kon gaan. Zoals het verhaal van Sally die pas te horen krijgt dat haar vader haar vader niet is als ze zelf al een kind heeft. Ze had dan wel enig vermoeden, is ook wel teleurgesteld, maar het ontbreekt haar aan elke neiging om naar haar biologische vader op zoek te gaan. Of het verhaal van Sien die bij haar scheiding eerst één en later nog een dochter aan haar invloedrijke ex-man moet afstaan. Het contact met die dochters komt pas veel later op een bijzondere manier weer tot stand.

Truska Bast (2010). En zij die na ons komen. Kleine kroniek van drie Nederlandse families. Amsterdam: Nieuw Amsterdam. ISBN 978 90 468 0886 3 € 18,80.



Naar homepage


Bas Levering,