Al in het boek Mijn Kind Online schreef ik dat we bij de gevaren van internet voor kinderen niet alleen moeten denken aan virussen, porno, geweld, pesten, schelden, vereenzaming en kinderlokkers, maar ook aan het probleem dat het steeds moeilijker wordt om te oordelen over de betrouwbaarheid van informatie. Ik benoemde het als een risico, want iemand die niet kan nagaan of iets klopt, is gemakkelijk beïnvloedbaar en blijft onwetend.
We dachten toen nog dat het simpelweg een kwestie van tijd zou zijn: over een paar jaar zouden scholen hun lessen hebben aangepast en zullen kinderen al op de basisschool leren hoe ze zich moeten oriënteren op het internet, zodat ze kunnen vinden wat ze nodig hebben, en gevonden informatie kunnen filteren op relevantie en betrouwbaarheid.
Steeds pessimistischer
Maar ik word steeds pessimistischer, en dat komt vooral omdat ik er vrijwel niemand over hoor. Hier en daar is er een docent die zijn klas iets vertelt over het gebruik internetbronnen, maar ik maak het vaak mee dat Generatie Einstein-leerlingen van 14 of 15 jaar hele vraagzinnen met vraagteken en al intikken in Google. Als ik dat wel eens vertel, blijft de reactie vaak steken in een gegeneerd gegniffel, waardoor ik ben gaan vrezen dat veel volwassenen het niet veel beter doen.
En dat blijkt nu steeds duidelijker uit onderzoek: niet alleen kinderen zijn onhandige informatiezoekers op internet, veel volwassenen zijn dat ook. Ze doen maar wat, en meestal gaat dat nog goed ook: vaak komt Google wel met iets op de proppen en anders krijg je een suggestie voor een andere spelling en lukt het alsnog. Maar verder dan de eerste drie of vijf zoekresultaten wordt niet gekeken (dat heeft Google zelf onderzocht) en aan een controle of de informatie klopt en afkomstig is van een goede bron, komt men vaak niet toe. Bovendien raken mensen tijdens het uitvoeren van een zoekopdracht regelmatig de weg kwijt.
Oog voor andere zaken
Als het om veilig internet gaat, heeft onze overheid oog voor andere zaken. Het ministerie van Jeugd en Gezin ziet vooral de risico’s van compulsief internetgebruik en het in aanraking komen met ongewenste informatie. In het beleid noemt het ministerie dan ook alleen het beschermen van jongeren tegen schadelijke inhoud en misbruik via internet. Een ander risico
– dat van de privacy – is inmiddels opgepakt door het ministerie van Justitie, met een veiligheidscampagne die deze zomer is gestart. Dat zijn allemaal belangrijke acties, daar niet van. Maar ondertussen groeit de digitale ongeletterdheid stilaan zonder dat iemand zich daar druk over maken.
Voor optimisme is geen reden meer. Onderzoek onder kinderen én volwassenen zou ons moeten alarmeren: de meeste mensen, oud én jong, blijken zulke beperkte digitale vaardigheden te hebben, dat ze eigenlijk niet echt in staat zijn het tempo bij te benen waarin de informatiemaatschappij zich ontwikkelt. Want ook al is het vooruitgang dat iedereen altijd en overal kan beschikken over de nodige informatie, het is geen vooruitgang als een leerling in het voortgezet onderwijs niet doorheeft dat hij voor een werkstuk over de Tweede Wereldoorlog informatie vergaart op een website van een groepering die Hitler vereert.
Begrijpend surfen
Het gaat hier om basale vaardigheden, die nodig zijn om kennis te vergaren en door te geven in een complexe samenleving. Vroeger ging alfabetisering om leren lezen en schrijven, van links naar rechts en van boven naar beneden. Gevolgd door lessen ‘begrijpend lezen’. Maar digitale geletterdheid gaat over het lezen van de tekens in de digitale wereld, en die zijn niet lineair: je moet kunnen werken met meer schermen tegelijk, omgaan met hyperlinks, menu’s en invulschermen, effectief kunnen zoeken, informatie selecteren en beoordelen, iets opslaan en bewaren op de juiste plek (van een pdf-brochure bijvoorbeeld), en navigeren zonder de weg kwijt te raken. De meeste mensen, vooral ook jonge mensen, hebben onvoldoende vaardigheid in ‘begrijpend surfen’. Op school zouden ze dit moeten leren, hoe eerder hoe beter, en hoe lager de opleiding, hoe belangrijker het is.
Bronnen
Justine Pardoen en Remco Pijpers (2005). Mijn kind online. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Ministerie van Jeugd en Gezin (2009). Onze Jeugd van Tegenwoordig. Nota, te downloaden via jeugdengezin.nl
Ministerie van Justitie, campagne Veiliginternetten.nl. Zie ook: postbus51.nl
Stichting Mijn Kind Online (2009). Klik en klaar – een onderzoek naar surfgedrag van kinderen. Downloaden via mijnkindonline.nl
Alexander van Deursen & Jan van Dijk (2009). Using the Internet: Skill Related Problems in Users' Online Behavior.
Hoe digivaardig bent uzelf? Doe de test op dqtest.nl









