Smeets onderzocht in welke mate verschillende soorten digitale prentenboeken de woordenschat van kleuters vergroten. De illustraties in deze zogenaamde levende boeken of videoboeken zijn vervangen door bewegende beelden. De camera zoomt bijvoorbeeld in op details in de afbeelding waar de tekst op dat moment over vertelt.
Verder kunnen interactieve elementen die lijken op ouder-kindinteracties tijdens het voorlezen, zoals definities geven en vragen stellen, extra waardevol zijn voor het leerproces.
Bij kleuters met Ernstige Spraak- en taalmoeilijkheden (ESM) is alleen een vertelstem bij bewegend beeld genoeg, met zo min mogelijk geluid daaromheen. Achtergrondmuziek en andere geluidselementen maken het voor hen juist moeilijker om nieuwe woorden te leren.
(Bron: Universiteit Leiden)









