Derksen wijst op de krachten die de vanzelfsprekendheden ondermijnen. Hij beschrijft het meedogenloze kapitalisme, de verschuivende machtsverhoudingen en een Verenigde Staten die zich terugtrekt uit de relatie met Europa en zich offensief opstelt in de wereldpolitiek. De dreiging die hij benoemt, komt dagelijks ons leven binnen via nieuws en sociale media. Ze voedt gevoelens van onmacht, en misschien ook de angst dat de wereld kan vergaan zonder dat je er ook maar iets aan kunt doen.
Ik was heel benieuwd waarnaartoe Derksen ons zou leiden. En dan, aan het einde van zijn betoog, presenteert hij een antwoord. In mijn ogen maakt hij hierbij een opmerkelijke stap. Van zijn geopolitieke analyse springt hij naar de gehechtheid in het eerste anderhalf jaar van het menselijk leven. Daar, in de vroege opvoeding, ligt volgens hem de redding. Een responsieve gehechtheid produceert een basis voor wederzijdse zorg, liefde en verantwoordelijkheid. Daarmee kunnen we het humanisme redden.
Ik begrijp wel degelijk de noodzaak van hechting. Maar ik vraag me ook af waarom Derksen deze stap zet zonder oog te hebben voor de voorwaarden waaronder hechting kan gedij en. Wat doet hij met de maatschappelijke, economische en relationele structuren die bepalen of ouders de ruimte, tijd en zekerheid hebben om die veilige basis te bieden? En hoe verhoudt Derksens antwoord zich tot de dagelijkse praktijk van wie met kinderen, gezinnen en jongeren werkt?
Voorbij de wieg
Het door Derksen gepresenteerde humanisme berust op een mensbeeld dat zelf onderdeel van het probleem is. De Verlichtingsfilosofen die hij aanhaalt, hebben de moraal losgeweekt van religie en getransformeerd tot een zaak van de innerlijke wereld.
Lees hier het artikel of de complete PIP via Pedagogiek Digitaal of word abonnee.











