Vervelend was het natuurlijk wel, want net als je lekker aan het spelen was werd je weer met de zorg voor je kleine broertje opgezadeld. Maar dat zij dat gehang aan haar rokken en het gejengel aan haar hoofd er niet bij kon hebben begreep jij ook wel. En als je het niet begreep, dan deed je toch wat ze vroeg. De televisie-supernanny's uit de 21e eeuw beperken zich in hun advies over het strakke regiem van belonen en straffen tot het individuele geval. Zou het vandaag de dag als kinderarbeid gelden als de andere kinderen in het opvoedingswerk worden betrokken?
Je zat er niet op te wachten, maar het ging eigenlijk best goed. Het spel ging namelijk gewoon door. De kinderen die voor spek en bonen meededen zag je eigenlijk niet, wat ook wel een gevaar inhield. Op het voetbalveld tussen de doelen van jassen stonden ze er wat verloren bij en je moest wel een beetje uitkijken dat ze gaan bal tegen hun hoofd kregen. Ze vonden het eigenlijk heel leuk als ze zo met de groten mochten meedoen. Meestal droegen ze hun lot geduldig en als hun geduld dreigde op te raken betrok je ze even echt in het spel. Bij het verstoppertje spelen was het, als ze zich echt in het spel mengden, lastiger. Zo'n kleintje kon je natuurlijk gemakkelijk verraden, omdat hij zich nog niet stil kon houden. En als hij voor spek en bonen met de zoeker meeliep kon hij ook ineens roepen: 'Daar zitten ze!' En dan was natuurlijk het hele spel bedorven, of ontstond er een heftige strijd over de vraag of dat nu telde of niet.
Inmiddels is het buitenspelen niet meer wat het geweest is. Met de komst van de auto en de televisie zijn de kinderen van de straat gejaagd en de huizen ingetrokken. De huidige kinderlevens blijken wat dat betreft inmiddels grote verschillen te vertonen. Carolien Bouw en Lia Karsten deden in 2004 vergelijkend onderzoek in Amsterdam Noord, Oost en Zuid. Alleen in de tuindorpen in Noord is de veilige speelomgeving buiten gehandhaafd gebleven. Alleen daar spelen de kinderen ook met kinderen die niet uit het eigen kringetje komen. In Oost spelen de kinderen niet buiten omdat het er te onveilig is. Wel gaan ze een keer in de week naar Koranles. In Zuid spelen de kinderen meestal binnen op hun eigen kamer en als ze al buiten spelen, spelen ze met kinderen die ze al van school of club, of via hun ouders kennen.
Kinderen konden het ooit heel goed, met vreemde kinderen spelen en met de grote en de kleintjes door elkaar. Dat er verschillen waren werd overigens niet verbloemd. Bij het samenstellen van de partijen werden de sterke spelers nauwkeurig kind voor kind gekozen. De zwakkelingen en de kleintjes werden aan het einde van het keuzeproces als onbeduidende resten over de twee ploegen verdeeld. Wie sterk was en wie zwak ontging zo echt niemand. Maar de kinderen die voor spek en bonen meededen, deden wel mee. Tot ze te moe waren of de lol eraf was. En dan was het voor de groten te hopen dat ze aan de rand van het veld zoet gingen zitten spelen.
Het is de vraag of de kinderen van vandaag het nog leren, met vreemde kinderen spelen en met de grote en de kleintjes door elkaar. Ze zijn zo gewend om op hun individuele wenken bediend te worden dat ze het waarschijnlijk niet zullen pikken om met de zorg voor hun jongere broertje of zusje te worden opgezadeld. Wat moet ervan hen en van die anderen terechtkomen? Ooit betekende 'voor spek en bonen meedoen' dat je over een tijdje echt mee zou doen. In de toekomst betekent het wellicht hooguit nog dat je niet van de honger omkomt.
Bas Levering









