Pedagogiek
in praktijk

De methode Van der Sluijs (Redactioneel PiP 75, oktober 2013)

Eind augustus las ik in een advertentie in een landelijk dagblad dat drs. Hanni van der Sluijs, oud-lerares Frans van het Utrechts Stedelijk Gymnasium, op 81-jarige leeftijd was overleden. Uit het korte bijschrift maak ik op dat haar levenseinde in mist gehuld is geweest. Mij staat juffrouw Van der Sluijs nog altijd helder voor de geest.

Toen ik in 1959 naar de Gemeente HBS aan de Catharijnesingel ging, gaf ze daar les. Ze was de strengste lerares Frans van Nederland. Elke les begon ze met een mondelinge overhoring. Iedereen kreeg een beurt. Met de rijen in de klas liep ze de rijtjes in het boek af. Als je er goed in zat, kon je voorspellen welke vraag ze zou stellen als ze bij jou was aangekomen. Een paar fouten bij overhoorbeurten leidden even snel als onverbiddelijk tot aftrek van een punt van je rapportcijfer. Met die Franse vocabulaire zit het nog altijd wel goed. Frans lézen is geen enkel probleem.

Hanni van der Sluijs – die in onze tijd nog Hannie met ‘ie’ heette, al noemden wij haar nooit bij de voornaam – was zeer toegewijd. Ze deed geen enkele moeite om zich bij de leerlingen populair te maken. Dat was hoe dan ook nog geen gewoonte onder de leraren in die tijd. Die ene keer in al die jaren dat ze iets van zichzelf liet zien, was toen ze vertelde over haar ergernis tijdens haar bezoeken aan de Franse hoofdstad. Als ze bij een kiosk een Paris Match kocht, legde de verkoper er onmiddellijk een glanzend exemplaar van het magazine Tourist bovenop. Ook zij had allesbehalve een perfecte uitspraak, gaf ze ruiterlijk toe.
Toen ik overging naar de vijfde klas had ze het in de rapportenvergadering voor elkaar gekregen dat ik in de vakantie met een taak voor Frans werd opgezadeld. Zeer onrechtvaardig natuurlijk, want ik had maar één vijf op mijn rapport, maar dat was toevallig wel voor haar vak. Toen ik me na een lange zomervakantie weer op school meldde, bleek ik die hele taak straal vergeten te zijn. Er bestond in die tijd nog geen enkele consideratie met het gebrekkig functionerende adolescentenbrein. Ik kwam haar klas niet meer in voordat ik mezelf had bijgespijkerd.
Bij de uitreiking van de diploma’s een jaar later kondigde directeur Menk aan dat niet alleen wij, de gelukkige geslaagden, de school gingen verlaten, maar ook juffrouw van der Sluijs. Ze ging naar het Stedelijk Gymnasium om zich geheel te wijden aan het voorbereidend hoger onderwijs. Duidelijk was dat haar rigide aanpak op de HBS met haar halverwege de jaren zestig snel veranderende leerlingenpopulatie niet meer vol te houden was.
Afgelopen juli reed ik naar de Bourgogne om Joke Hermsen te interviewen. Ik ben van noord naar zuid, dwars door Parijs gereden. Een elektronische stem die me de weg wijst, heb ik daarbij niet nodig. De leergang Le Francais vivant was in het eerste leerjaar van de HBS helemaal aan Parijs gewijd. De plattegrond van de stad staat sindsdien in mijn geheugen gegrift.
Maar mijn spreek-Frans is nog altijd belabberd. De ronduit vernederende ervaringen met obers die je in nog veel slechter Engels proberen aan te spreken zijn talrijk. Hanni van der Sluijs valt hier hoogstwaarschijnlijk niets te verwijten. Misschien wel het toenmalige lessysteem dat maar heel weinig aandacht aan de kunst van de conversatie besteedde.
Een vreemde taal spreken leer je natuurlijk alleen maar goed als je die voortdurend om je heen hoort. Vandaar dat andere talen dan dat eeuwige Engels in Nederland in de schoolse situatie voor veel leerlingen zo lastig te leren zijn. Maar de succesvolle verwerving van een behoorlijke vocabulaire vereist nog altijd dezelfde inspanning als destijds. En de inzet van de overhoormethoden Van der Sluijs natuurlijk.

Marjolijn Februari besteedde eerder aandacht aan Hanni van der Sluijs. 
M. Februari (2008). Je ging van ontzag via respect naar sympathie. In A. de Boer (e.a.), De onvergetelijke leraar (pp. 107-111). Amsterdam: SWP. 



Naar homepage