Pedagogiek
in praktijk

Bij elke vernieuwing moet je toch even vragen: 'Wat is hier nu eigenlijk nieuw aan?' (Redactioneel PiP 62 september 2011)

Bij een nadere beschouwing van de nieuwste loot aan de stam van de onderwijsvernieuwing, 'Opbrengstgericht werken', moest ik onmiddellijk denken aan het enthousiasme waarmee zo'n dertig jaar geleden de op handen zijnde invoering van het basisonderwijs gepaard ging. Er zou een einde komen aan de situatie waarin de onderwijzer als koning in zijn klas opereerde. Het onderwijs op de basisschool zou een teamaangelegenheid worden, de tussendeuren zouden opengaan, het hele curriculum moest een gezamenlijke verantwoordelijkheid worden. Als je ziet met welke overtuigingskracht die cultuuromslag nu gekoppeld wordt aan 'Opbrengstgericht werken' vraag je je werkelijk af wat er in de afgelopen decennia met die uitgangspunten van het basisonderwijs is gebeurd is.
Door Bas Levering
 
Bij 'Opbrengstgericht werken' gaat het natuurlijk in de eerste plaats ergens anders om. De nieuwe aanpak moet een antwoord leveren op de aanhoudende klacht vanuit de samenleving dat het taal- en rekenonderwijs op de basisschool niet effectief is, dat het bereikte niveau te laag is en dat de prestaties dus omhoog moeten. Er was natuurlijk ook dat rapport van de Onderwijsraad uit 2008 dat letterlijk sprak over een tekort aan opbrengstgerichtheid. Er was in de visie van de raad te weinig aandacht voor het verbeteren van de cognitieve prestaties. Dat het onderwijs op Nederlandse basisscholen niet opbrengstgericht bleek te zijn is natuurlijk merkwaardig, want wat is onderwijs nu anders dan zorgvuldig doelen stellen, goed onderwijs geven, nauwkeurig nagaan wat de resultaten zijn en daar lering uit trekken? Wat is er toch nieuw aan dat 'Opbrengstgericht werken'?
 
Scholen die opbrengstgericht werken rapporteren grote successen. De resultaten kunnen echt omhoog. Hoe heeft men in de afgelopen jaren kunnen vergeten dat grote delen van het taal- en rekenonderwijs om heldere vasthoudende instructie vragen? Heeft de inspectie zitten slapen? En zat die collegiale feedback dan toch niet - zoals wij steeds dachten - in het pakket van het oude basisonderwijs? Want dat is een essentieel onderdeel van de nieuwe aanpak: op gezette tijden een teamgenoot achter in de klas die heel nauwkeurig observeert hoe jij het doet en dus met heel precieze verbetervoorstellen kan komen. Is het niet vooral een schande dat dit niet allang gebeurde?
 
Wat werkelijk nieuw is aan 'Opbrengstgericht werken' is dat het om een onversneden beweging back to basics gaat. Het neemt openlijk afstand van een van de drie uitgangspunten van het basisonderwijs, de belofte dat het daarbij zou gaan om de ontwikkeling van alle ontwikkelingsdomeinen en dat er van overaccentuering van het cognitieve geen sprake meer zou zijn. Er zijn tal van deskundigen die nooit hebben willen zien dat een strakke oriëntatie op Cito-toetsgegevens moest leiden tot een inhoudelijke versmalling van de inhouden van het basisonderwijs. Nu moeten hen de schellen van de ogen vallen, want de voorstanders van 'Opbrengstgericht werken' doen geen enkele poging om dat effect te verhullen. Die zeggen gewoon letterlijk dat de noodzakelijk grotere aandacht voor rekenen en taal tot gevolg heeft dat er minder tijd beschikbaar is voor creatieve vakken en vakken als wereldoriëntatie. Ze zien er zelfs geen been in om te zeggen die inhouden dan maar de basisschool uit moeten en door de buitenschoolse opvang moeten worden behartigd.
 
Wat ook nieuw is aan het 'Opbrengstgericht werken' is dat er een ander personeelsbeleid wordt geïntroduceerd om het welslagen ervan te zeker te stellen. Tot nu toe werd het in het onderwijs algemeen als blokkade voor ontwikkelingen gezien dat bij krimp het principe last hired, first fired moest worden gehanteerd, waardoor de school onontkoombaar met de oudere, minder veranderingsgezinde, leerkrachten bleef zitten. Die tijd is voorbij. Als je niet kunt instemmen met alle facetten van de nieuwe benadering, mag je je vinger opsteken en mag je als eerste weg.


Naar homepage