Pedagogiek
in praktijk

Baanbrekend Europees onderzoek: Nederlands dyslexieprotocol klopt!

Nederland heeft goede keuzes gemaakt bij het opstellen van de voorwaarden voor verzekerde dyslexiezorg. Dit blijkt uit grootschalig Europees onderzoek waaraan 8 landen meededen. In die voorwaarden zijn helder de ‘voorspellers’ (kenmerken) van dyslexie benoemd. Deze voorspellers onderscheiden dyslexie van andere mogelijke oorzaken van lees- en spellingproblemen. In zowel herkenning als aanpak van dyslexie vervult Nederland mondiaal een pioniersfunctie. Op de NOT (Nationale Onderwijs Tentoonstelling) in de Jaarbeurs in Utrecht die morgen start en duurt tot 26 januari 2013, worden de unieke resultaten gepresenteerd.

In 8 landen is onderzocht wat precies de taken zijn waarmee dyslectische kinderen (grote) moeite hebben. Kunnen kinderen met dyslexie goed omgaan met de klanken (fonemen) van taal? Zijn zij bijvoorbeeld in staat een woord te herkennen als er een klank is weggelaten (foneem deletie)? Kunnen zij snel letters en cijfers benoemen (benoemsnelheid)? Speelt een minder goed korte termijn-werkgeheugen (bijvoorbeeld het onthouden van cijfers) een rol? En is het verbale vermogen van een kind van belang bij dyslexie?

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat vooral de combinatie, van het vermogen om met klanken om te gaan én de snelheid van benoemen, sterke voorspellers zijn voor dyslexie. Dit bleek het geval te zijn in alle landen die participeerden in het onderzoek. Het korte termijn-werkgeheugen en het verbale vermogen spelen een beduidend minder grote rol.

 

Andere talen

In het onderzoek zijn de talen Fins, Hongaars, Duits, Engels, Frans en Nederlands met elkaar vergeleken. Deze talen verschillen in complexiteit. Engels is een voorbeeld van een complexe taal, omdat deze taal veel klanken bevat die hetzelfde klinken (bijvoorbeeld de ‘u’ en ‘ea’ in ‘burn’ en ‘earn’), maar waarvan de schrijfwijze anders is. Fins daarentegen is een voorbeeld van een eenvoudige taal, waarbij elke klank altijd maar op een manier geschreven kan worden en andersom. Nederlands zit daar tussenin: onze taal is veel minder complex dan het Engels, maar niet zo eenvoudig als het Fins. Uit het onderzoek bleek dat de taal die een kind moet leren van invloed is op de mate waarin iemand last heeft van dyslexie. Hoe complexer de taal, des te meer moeite dyslectische kinderen hebben om het leren lezen onder de knie te krijgen.

 

Juiste keuzes

In 2006 is het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (PDD&B) gelanceerd. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en verzekeraars hebben dit protocol overgenomen en dit is leidend bij onderzoek en behandeling van dyslexie. Sinds 2009 vergoedt de zorgverzekeraar in Nederland onderzoek en behandeling van dyslexie voor kinderen in de basisschoolleeftijd.

Onderzoekers en wetenschappers stellen zich regelmatig de vraag of hierin juiste keuzes zijn gemaakt. Dit Europese onderzoek onderschrijft de keuzes in het PDD&B en het Ministerie van VWS: dyslexie is met het protocol te onderscheiden van andere aandoeningen (als ADHD) die ook lees- en spellingproblemen kunnen veroorzaken, maar geen label dyslexie mogen krijgen. Bij het onderzoek waren 1114 dyslectische en 1138 niet-dyslectische kinderen betrokken, verdeeld over de 6 taalgebieden. Het onderzoek is net gepubliceerd in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift ‘The Journal of Child Psychology and Psychiatry’.

 

Namens Nederland participeerden het Regionaal Instituut voor Dyslexie (RID) en de Universiteit Maastricht in het onderzoek.

 

(Bron: Regionaal Instituut voor Dyslexie)



Naar homepage