
Samenwerken met ouders als pedagogisch partnerschap

Het lijkt een recente ontdekking van de minister, maar eigenlijk zijn veel scholen er al lang achter: onderwijzen en opvoeden doe je niet alleen. Leraren kunnen en moeten samenwerken en communiceren met ouders. Ouderbetrokkenheid kan voor scholen werken als vliegwiel. Een school zal hiervoor nieuwe en intensieve oudercontacten moeten aangaan.
Jeroen Onstenk
Maatwerk in ouderbetrokkenheid

De hobbels op weg naar ouderbetrokkenheid zijn niet voor alle ouders dezelfde. Geef prioriteit aan de vormen van ouderbetrokkenheid die het meest bijdragen aan schoolsucces en specificeer wat nodig is om de gewenste betrokkenheid te bereiken bij verschillende groepen ouders van leerlingen van verschillende leeftijden.
Mariëtte Lusse
Welke ouders, wat voor minister?

De manier waarop de minister met scholen in gesprek wil over ouderbetrokkenheid wordt gekenmerkt door vooringenomenheid, vindt Bas Levering. Verschil mag er zijn. De verschillen in aanpak bieden de scholen de kans zich te profileren en ouders de gelegenheid om een passende schoolkeuze voor hun kinderen te maken.
Bas Levering
Herken de ouder

Fredrik Smit (ITS Nijmegen), ontwikkelde in 2005, op het verzoek van het blad ’O’ van het ministerie van OC&W, een typologie van ouders, in het kader van het vraagstuk van de ouderbetrokkenheid bij de school. De typologie onderscheidt de supporter, de afwezige, de politicus, de carrièremaker, de kwelgeest en de superouder. De vraag is vervolgens hoe je als leerkracht de verschillende typen ouders herkennen kan en hoe je hen op een goede manier tegemoet kan treden.
Frederik Smit
Kortsluiting

'Je zegt ergens iets van en je krijgt gelijk de hele klas over je heen' is een ervaring die door veel leraren herkend zal worden. Er ontstaat kortsluiting. Leerlingen zeggen dat jouw optreden nergens op slaat en er ontstaat verwijdering. Dat is wat je hoort en ook ziet in hun houding. Maar hoe denken ze nu werkelijk zelf over correcties van de kant van de leerkracht? Zouden ze echt zo'n andere grens hanteren voor wat wel en niet normaal of toelaatbaar is?
Anneke Meester-van Laar
Van de straat tot professional

'Ooit zal jij het werk in Nederland komen doen dat ik nu als ontwikkelingswerker bij jullie in Guatemala doe', zei ik zeven jaar geleden tijdens mijn eerste maanden als ontwikkelingswerker in de sloppenwijk Peronia tegen de enthousiaste jongerenwerker Rigoberto. Hij lachte me een beetje uit: 'In je dromen, Hanneke!' Afgelopen maand was hij samen met drie andere Guatemalteekse jeugdleiders in Amsterdam voor het project Urban Arts & Life van Stichting Todos. Volgens Rigoberto was het 'een ongelooflijk emotioneel en speciaal moment. Dromen kunnen dus toch uitkomen.'
Hanneke Velthuijsen









