Hulpverlener jeugdzorg kan meer halen uit social media
De jongerenwerker van de toekomst hyvet, chat, skypet en twittert als het aan Laurens Waling ligt. Want met social media kunnen hulpverleners jongeren beter bereiken dan met face to face contact. Hoe ziet hij dit voor zich? Waling begeleidt zorgorganisaties in dit soort vraagstukken via adviesbureau Alares en is oprichter van de beweging Jeugdzorg 2.0.
Waar kun je social media voor gebruiken in de jeugdzorg?
'Je moet je afvragen wat je doel is als hulpverlener. En of het gebruik van social media bijdraagt aan dat doel. Voor de meeste hulpverleners geldt dat zij opsporen en behandelen. Voor het opsporen kun je jongeren met opvoedvragen zoeken op internet, bijvoorbeeld op Facebook, Twitter, Hyves, Habbo-hotel en allerlei jongerenfora. Die sites zijn deels afgesloten, maar een groot deel ligt open. Daar vertellen ze van alles en nog wat. Stel je merkt dat iemand gepest wordt. Een ideale kans om daarop in te springen en hulp te bieden.'
Dus je biedt hulp op de plekken waar jongeren elkaar online ontmoeten? Hoe doe je dat?
'Door zelf actief te zijn in deze social media. Je kunt je presenteren als hulpverlener aan wie je vragen kunt stellen. Er zijn al twitterende jeugdartsen die vragen beantwoorden.'
Privé-zaken bespreken op Twitter?
'Je kunt afgeschermd met elkaar twitteren via privéberichten. Of je stapt over op e-mail of Skype. Maar het contact is dan gelegd op twitter. Dat is voor jongeren een veilige omgeving.'
Jongeren behandelen kan volgens jou ook via social media. Kun je een voorbeeld geven?
'Je kunt gesprekken houden via een webcam in Skype. Achter een videocamera voelen jongeren zich vaak comfortabeler. En een voordeel van Skype is dat je niet alleen de ander ziet op je beeldscherm, maar ook jezelf in een kleiner schermpje. Het effect van een spiegel, dat kan ook een therapeutisch functie hebben.'
Waarom zou je behandelen via social media?
‘Ik vraag me juist af waarom je jongeren face to face zou moeten behandelen. Online leggen jongeren binnen 5 minuten hun problemen op tafel, terwijl je in een gesprek veel tijd nodig hebt om een vertrouwensband op te bouwen. Het scheelt ook reistijd. Als je een gesprek houdt via een webcam, kun je veel makkelijker besluiten om 6 keer 10 minuten af te spreken in plaats van 1 keer een uur.’
Doen hulpverleners dit al?
‘Een aantal pioniers en zelfstandigen is hier al mee bezig. In grote organisaties gebeurt het nog niet. Daar zien managers vooral beren op de weg. Dat er allemaal apparatuur aangeschaft moet worden bijvoorbeeld.’
Hoe begin je ermee?
‘Gewoon beginnen. En nee, er zijn geen protocollen voor. Maak daar gebruik van. Bedenk hoe je ruimte kunt maken voor social media in de huidige protocollen. Hoe kun je het werk slimmer en efficiënter aanpakken? Je hoeft niet bang te zijn dat je werkgever geen interesse heeft. Grote organisaties willen dit ook, ze weten alleen nog niet hoe.’
Hoe ziet de ideale wereld eruit op dit gebied?
‘Het mooiste zou een website zijn waarop jongeren hun vragen kunnen stellen en waarop ouders kunnen discussiëren op fora. En meer betrokkenheid van hulpverleners die zelf ouder zijn. In de eigen buurt en op school kunnen zij zich ook in discussies mengen en vragen beantwoorden, ook online. Worden ze in hun vrije tijd overspoeld met vragen? Dat is juist geweldig. Dan kan de werkgever daar weer op inspelen en de hulpverlener bijvoorbeeld 1 dag in de week op die locatie laten werken.’
(Bron: Zorg + Welzijn)
Geplaatst: 24 januari, 2012
Reacties op dit artikel:
- Nog geen reacties
Uw reactie, mening:
Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.
