Pedagogiek
in praktijk

Het eeuwige pesten (Redactioneel PiP 70, december 2012)

Begin jaren negentig werd ik gebeld door mijn nu 95-jarige moeder. Of ik naar de televisie zat te kijken. Het was de allereerste keer dat er op de Nederlandse televisie uitgebreid aandacht aan pesten werd besteed. Bij mij stond de televisie op dezelfde zender, maar ik had niet in de gaten dat het programma ook over mij ging.

Door Bas Levering

De gebeurtenissen waar mijn moeder het over wilde hebben, leken volkomen uit mijn herinnering te zijn verdwenen.
Toen ik een jaar of tien was, werd ik systematisch gepest, al was pesten eigenlijk niet het goede woord. Iedere dag na het uitgaan van de school werd ik door een paar grotere jongens opgewacht. Na een verhuizing van Rotterdam naar Utrecht had ik, dankzij de toegewijde hulp van juffrouw de Zeeuw, een klas overgeslagen. Ik was niet alleen jonger, maar ook een stuk kleiner. Sommige jongens uit mijn klas waren erg groot. Ze waren twee keer blijven zitten. Iedere dag weer werd ik finaal in elkaar geslagen. Als ik op de grond lag, schopten ze gewoon door. Nu kwam de herinnering toch weer boven aan wat ik dacht als ik daar zo lag. Ik dacht: ‘Dit kan niet altijd zo doorgaan. Hier komt vanzelf wel een keer een einde aan.’
Thuis vertelde ik natuurlijk niets. Maar er was geen houden aan. Toen ik de blauwe plekken niet kon verklaren is mijn moeder de volgende dag mee naar school gegaan. De bovenmeester heeft me meegenomen naar mijn klas. Ik heb die twee toen moeten aanwijzen. Ze werden uit de klas gehaald en meester Smit ging mee. In het kamertje van de bovenmeester vielen ze onmiddellijk door de mand. Het donderende stemgeluid van de bovenmeester moet tot achter in de lange gang te horen zijn geweest. Het is daarna nooit meer gebeurd.

Nog nooit heb ik zoveel persoonlijke ontboezemingen gezien over pesten en gepest worden als in aansluiting op de rouwadvertentie naar aanleiding van de zelfmoord van Tim Ribberink. Zijn hele leven bespot, getreiterd, gepest en buitengesloten. De aandacht voor pesten op school is al jarenlang heel groot, maar nog nooit waren zoveel deskundigen en minder deskundigen over het onderwerp aan het woord. Zelf hamer ik al jaren op het belang van de alertheid van volwassenen. Dat heeft vast en zeker iets met mijn persoonlijke geschiedenis te maken. Ik strijd al jaren tegen collega’s die te veel verantwoordelijkheid bij de kinderen willen neerleggen. Natuurlijk moet je ze ermee confronteren en de processen uitleggen en duidelijk maken dat meelopen of wegkijken eigenlijk even erg is als het pesten zelf. Maar met leeftijdgenoten als mediator krijg je het pestprobleem het schoolplein niet af. En met een Challenge Day krijg je het pesten de middelbare school niet uit. Jammer dat Arie Boomsma daar niet op aangesproken kon worden in het Debat op Twee van KRO en NCRV van 10 november. Waarom bleven de ouders in dat debat eigenlijk grotendeels buiten schot? Pesten is een onuitroeibaar fenomeen, maar daar laten we het natuurlijk niet bij zitten. Dat feit, dat de belofte van het gemakkelijke succes een valse belofte is, drukt je met je neus op de noodzaak van het voortdurend onderhoud.
In de Volkskrant viel Frits Goossens, een van de auteurs van het recente boek Pesten op school. Achtergronden en interventies, de pestpsycholoog Bob van der Meer aan. Bob, die in 2002 in PiP 8 over pesten schreef, was er begin jaren negentig ook al bij. Maar volgens Goossens is hij destijds gestopt met het lezen van wetenschappelijke studies. De Databank effectieve interventies maakt melding van tien (nog) niet erkende interventies. Daarnaast worden er zes erkende interventies genoemd, waarvan vijf van het laagste niveau. Dat wil zeggen dat er nog op geen enkele manier effect is aangetoond, maar dat het programma wel goed theoretisch is onderbouwd. Slechts één van al die programma’s kreeg het predicaat ‘waarschijnlijk effectief’.
Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt jaar in jaar uit dat de Nederlandse jeugd de gelukkigste van de wereld is en er is veel voor te zeggen dat dat heel veel te maken heeft met de kwaliteit van de opvoeding. Het onderzoek laat zien dat Nederlandse kinderen, ook als het om de omvang van het pestprobleem gaat, er gunstig uitspringen. Dat laat het slopende verdriet in individuele gevallen vanzelfsprekend onverlet. Ik realiseer me maar al te goed dat ik in meerdere opzichten gewoon geluk heb gehad en dat we één ding nooit mogen doen: onze persoonlijk verhalen generaliseren.

 



Naar homepage







Reacties op dit artikel:


joke koenen
17 juli 2013 - 17:56


Dank voor het artikel. Ben in dit onderwerp erg geinteresseerd als pedagoog en vertrouwenspersoon in het MBO. Heb zelf ook een challengedag meegemaakt, door het afdelings-management ingekocht, vanwege pesterijen in de groepen.
Er werd die dag volop gehugged, studenten vielen elkaar snikkend in de armen en boden over en weer excuses aan. Het pesten leek afgenomen, maar een paar weken later werd er weer net zo stevig gepest als daarvoor.
Het boek "Pesten op school" van Goossens geeft inzicht waarom preventieprogramma's niet altijd werken. Hierdoor kon ik de vinger op de zere plek leggen en met die problematiek aan de slag gaan. Dat werkte wel.

Vandaag las ik in de Metro over een jonge Iraanse vrouw, die in de muziek is gegaan, omdat ze gepest werd op school. Het voorbeeld dat zij gaf is mij vroeger ook overkomen: je wordt aap genoemd in plaats van bij je voornaam. Ik vond het niet leuk maar dacht : “Ze weten niet beter”. Het ging vanzelf over.

Dit onderstreept de mening van Bas dat generaliseren niet past bij pestproblematiek.
Dat pestgedrag aangepakt moet worden is evident en hiervoor maak ik me sterk.

Naar mijn mening is pesten: “zoals iemand het ervaart”.

Vriendelijke groet van
Joke Koenen


Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.